en001
Nieuwe grens van de Brandschouwerij ver in de polder bij de Endelkade, 2011.

In de 17e en 18e eeuw waren veel huizen nog van hout en waren daken met riet bedekt. Omdat men open vuren stookte was het een brandgevaarlijke toestand. Om dit gevaar in Nieuwerbrug te bestrijden controleerden de “brandmeesters” in Nieuwerbrug alle panden binnen een strak omschreven gebied: de Brandschouwerij, begrensd door de laatste huizen of boerderijen van de vijf polders, waarbinnen het dorp lag. Bij brand kwam er een “eigen” brandspuit om te blussen en in het begin van de vorige eeuw kwam er een eigen brandverzekeringsmaatschappij. De grenzen van die Brandschouwerij werden mettertijd de officiële "officieuze"  grenzen van de Republiek aan den Rijn.


Uit 'Nieuwerbrug. Een klein dorpje met eigenzin

8 januari 1964

Met ingang van 1 februari 1964 werd de zelfstandige gemeente Barwoudswaarder opgeheven en werd het gebied verdeeld onder de gemeenten Woerden, Bodegraven en Driebruggen.
Ter voorbereiding op die herindeling besloot de gemeenteraad van Woerden, om de belangrijkste weg in de voormalige gemeente, de Hoge Rijndijk, die onderdeel van de gemeente Woerden zou worden, de naam van de voormalige gemeente te geven.
Barwoudswaarder, overigens ook de naam van de belangrijkste polder in het gebied, is waarschijnlijk afgeleid van de voornaam Berwout. de term 'waard' of 'waarder' verwijst naar een stuk laaggelegen en omdijkt land. In de Middeleeuwen zou een zekere Berwout deze waard ontgonnen hebben en aldus zijn naam onsterfelijk hebben gemaakt.
Een deel van Barwoutswaarder valt nogsteeds onder de Brandschouwerij Nieuwerbrug en de Nieuwerbrugse gemeenschap.

  • IMG_6249
  • IMG_6252

De Korte Waarder is genoemd naar de hier gelegen polder naast de Hof van Waarder. Het was een polder (net als de Cortenhoeve en Kortland) die bestond uit enkele reststukken grond. De lengte van de landerijen was dus korter dan de standaard ontginningsgrootte van 1250 meter. Tot 1964 lag deze straat in de gemeente Waarder. Pas na de gemeentelijke herindeling kwam de straat bij de gemeente Bodegraven, die de straatnaam handhaafde.
Op oude kaarten, maar ook in de volksmond werd de straat ook wel 'Korte Waardse dijk', of 'Waardse dijk' genoemd.

  • IMG_6054
  • IMG_6116
  • IMG_6121

Rb: 31 oktober 1955

Halverwege de jaren '50 werden enkele straten aangelegd in Nieuwerbrug. Eén van deze straten werd genoemd naar het 120 ha grote deel van de polder Barwoutswaarder met de naam Bekenes, ook wel Bakenes genoemd.

Het Bekenespad was de eerste officiele doorgang tussen de Hoge Rijndijk en de Korte Waarder. Eerder moest men, om vanuit Barwoudswaarder naar Waarder te gaan, via de T-splitsing waar de straten samenkomen. Al liepen de kerkgangers uit Barwoudswaarder naar Waarder via het 'Kerkepad' of 'Dodenpaadje', dat vanaf de steenfabriek (nu Verweij), over het weiland naar de Molendijk loopt.
Ook konden de mensen vanuit de dorpskern opeens een rondje wandelen in het dorp. Een 'rondje nieuwe huizen'.

  • IMG_6088
  • IMG_6089
  • IMG_6123

ba002

We zien hier een gedeelte van ‘Schots Varken’. Rond het voormalig rechthuis was een klein buurtschapje ontstaan met cafe, een kruidenierswinkeltje en als laatste een schuur met diverse brandstoffen. In het pand van de kruidenierswinkel was een deur met een trap naar boven die leidde naar het voormalige oude gemeentehuis van Barwoutswaarder. Op de foto kunt u het aanplakbord nog zien op de gevel. Bijna de gehele rij huizen is in 1935 afgebrand.
De personen op de foto zijn: van links naar rechts: Mien de Hollander, Maagje Nap en Mar Kroone. Maagje Nap heeft daarna nog jaren met haar broer Dirk gewoond op het Bekenespad.

Rb: 31 oktober 1955

Als gevolg van ontginningen ging de veengrond in onze omgeving inklinken, en kwam het land lager te liggen dan het waterpeil in de rivier. Zo laag, dat het nodig was om een dijk om de rivier te leggen. Dit gebeurde uiteraard aan beide zijden van de Rijn, zowel aan de noordkant als aan de zuidkant. Bij hoge waterstand in de rivier gebeurde het weleens dat de dijken overstroomden. Omdat rivierwater altijd eerst over de dijk stroomt aan die kant waar de dijk het laagst is, zorgde ieder polderbestuur ervoor, dat de eigen dijk net iets hoger was dan de dijk aan de andere kant. De benaming Hoge Rijndijk, of ook wel Hoge Zijde is op deze wijze ontstaan. De dijk waar we hier over praten was hoger dan de dijk aan de noordkant van de Oude Rijn. Overigens wordt benaming Hoge Zijde niet overal aan dezelfde kant gebruikt. In Bodegraven en Hazerswoude wordt aan de noordkant ook wel gesproken van "hoge zijde", terwijl dat in Alphen aan den Rijn weer net als in Nieuwerbrug de zuidelijke kant betreft. De naam is lange tijd officieus geweest. Pas in 1955 besloot de gemeenteraad van het toenmalige Barwoutswaarder de naam te formaliseren.

Warning: No images in specified directory. Please check the directoy!

Debug: specified directory - http://nieuwerbrug.net/images/straten/hogerijnkdijk

ba003

Schout/herbergier
Op de plaats waar nu alleen nog wat bomen en een picknick bank staat, stond vroeger een herberg, een tapperij algemeen bekend onder de naam het Rechthuis, tussen de druk bevaren Oude Rijn en de drukke Hoge Rijndijk. De herberg stond later ook bekend onder de naam Schots Varken of Schotvarkens. Het was eeuwenlang het bestuurlijke en deels ook administratieve centrum van het schoutambacht Barwoutswaarder en Bekenes, later de gemeente Barwoutswaarder. In 1670 was het al eigendom van de schout en diens huis was vaak rechthuis en later raadhuis. Ook konden er openbare verkopingen en verpachtingen plaats vinden; omdat daarbij behoorlijk veel drank te verkopen was, sneed het mes voor de schout/herbergier zo aan twee kanten.

De eerst bekende schout die dit in eigendom had was Philip Jansz Camerick in 1670, hij was ook schout van Rietveld. We weten uit een akte van 1695 dat zijn weduwe woonde “in den Gereghtshuyse van Barwoutswaarder en Bekenes”.

Gemeenteraad
Volgende schouten woonden in Woerden en hielden daar ook kantoor. Na de Franse tijd, in 1818, vestigde de secretarie, het kantoor, van de gemeente Barwoutswaarder zich, samen met die van de gemeenten Rietveld en Waarder, in Woerden. Barwoutswaarder werd een zelfstandige gemeente en in de herberg werden weer de raadsvergaderingen gehouden en vonden de openbare zittingen van de burgerlijke stand en gemeenteontvanger plaats. Het gemeentebestuur betaalde tot 1935 een jaarlijkse huur voor deze raadskamer.

De naam
Over de afkomst van de naam Schots Varken doen allerlei verhalen de ronde. Verhalen over de slager die varkens met een pistoolschot doodde. Of de kastelein, walvisvaarder in ruste, die zeehonden op ijsschotsen voor varkens zou hebben aangezien en op zijn uithangbord zou hebben afgebeeld. In 1814 werd de naam al in veilingvoorwaarden genoemd: een “huizinge, schuur, erve en tuin, zijnde een herberg, genaamd Schotvarkens, het voormalige regthuis.”

Café
Toen het café er nog stond was het in de wintermaanden een vaste plek om te rusten en om een consumptie te nuttigen wat toentertijd wel bestaan zou hebben uit anijsmelk, snert en natuurlijk de warme worst. Aan de waterkant kon je namelijk door middel van een soort trapje gemakkelijk op de kant komen en zo door het stro de achterdeur inkomen die voor dat doel er speciaal voor gemaakt was. Ook de gelagkamer lag uiteraard vol met stro.

Brand
De woning en herberg van de schout was in eeuwen gegroeid met huisjes, werkplaats en een kruidenierswinkeltje tot een klein buurtschapje, dat op 31 oktober 1935 deels afbrandde.  Toen kwam er een einde aan de langdurige politieke activiteiten van de gemeente hier, ook voor dit oostelijke deel van Nieuwerbrug.

Sloop
Na de brand is er van de twee minst beschadigde huisjes weer een huis ontstaan waar Den Hartog in woonde en fietsen verkocht. Dit pand is in de zestiger jaren gesloopt in verband met de onoverzichtelijkheid van de bocht.

ka007 ak

Kadastrale kaart van gemeente Barwoutswaarder 1828, detail.
 

ba002 

Het Schots Varken. Van links naar
rechts: Mien de Hollander, Maagje Nap en Mar Kroone. Collectie:
Mevrouw Biesepol-den Hartog.

 pe005

Cornelis Jan Bredius, burgemeester
van Barwoutswaarder van 1825- 1855,  schilderij uit 1861 van
Pieter Schick
Bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

ba004

Elisabeth Gezina van Oudenallen-
van Essen en Hendrik van
Oudenallen varend op de Oude
Rijn, voor het Schots Varken

ba005

Anna van Oudenallen , Pie Voshart-Voshart en haar dochter Maartje
Voshart
varend op de Oude Rijn,
voor het Schots Varken.

ba006

Nablussen van de brand in 1935.

Bronnen:
-Van raadkamers tot nieuw stadhuis. Geschiedenis van de gemeenthuizen in Woerden. W.R.C. Alkemade en L.C.M. Peters, 1994.
-Heemtijdinghen 30 (1994) nr. 3, p. 57-92.
- Schotvarkens, een herberg te Barwoutswaarder, door W.R.C. Alkemade. In Heemtijdinghen, juni 1996.
- Fotobijschrift, door C. Brouwer, Nieuwsbrug 2008

Florisweg4 GB 052
Rijksmonument Graaf Florisweg 4 (rechter pand). 1920. Collectie Gijs Boer

Achter een rijtje leilindes staan een grote en een kleine woning naast elkaar. Het lijkt wel een oude boerderij met een er tegen aan gebouwd zomerhuis. Deze boerderij en de rechts naastgelegen, nu nummer 6, waren waarschijnlijk de enigen in de streek tussen Rijn en dijk. De bedrijfsgebouwen lagen daarom aan de overkant van de straat, langs de Wiericke, waar nu het Wierickehuis staat. Deze boerderij is in 1977 door een achttal mensen gekocht en vanaf die tijd gezamenlijk bewoond, vandaar dat ze de wooncoöperatie Octopus hebben genoemd. Het naastgelegen huis wordt door een familie apart bewoond.

Geschiedenis gebruik en bewoning
Cornelis Kok woont al vanaf 1817 aan de Korte Waarder op de nummers 150 en 151, nu Graaf Florisweg 4 en 2. Zoon Dirk Kok, op dat moment boer in Alphen aan den Rijn, koopt die boerderij met gebouwen en land in december 1890 voor f 30.000,= van een familielid. Hij betrekt, nu samen met echtgenote Willemina Verlaan, op 1 mei 1891 de boerderij weer en zet de veehouderij voort. De familie is ook maatschappelijk actief: kleinzoon Cornelis Dzn is van 1936 tot 1965 bestuurder van de polder Het Westeinde van Waarder, in dat jaar neemt achterkleinzoon Dirk Czn die functie van hem over tot 1974. Op zeker moment wonen er vier generaties Kok in beide huizen, die met een tussendeur verbonden zijn. In 1974 stopt de familie noodgedwongen in Nieuwerbrug en boeren ze verder in Bodegraven. Het land over het spoor wordt gebruikt voor de nieuwe landinrichting. Op de weilanden bij het dorp is nu plaats voor woningbouw en op het terrein van de stallen wordt later het Wierickehuis gebouwd. De boerderij en naastgelegen woning worden verkocht en zijn nu woonhuizen.

Gebouw
De boerderij, vroeger ook bekend als boerderenhofstee “Zomerlust”, is een, naar zeggen gedeeltelijk, rijksmonument en stamt uit het einde van de achttiende eeuw, mogelijk met delen uit 1687. Het heeft een rieten puntdak met een wolfseind voor en achter. De voor- en achtergevel met boerenvlechtwerk, de gevels hebben allen een groot aantal lange en korte rechte muurankers. In de voorgevel bovendien enkele rozetvormige ankers, in de achtergevel heeft de zolderverdieping een rond raam. De deuromlijsting heeft gesneden consoles in Empire-stijl.
Florisweg4 RCE 1967Boerderij in 1967. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Florisweg4 VG
De stal (links) nog aan de overkant van de weg, op de plaats van het Wierickehuis.
collectie: Annie Verboom-Goudriaan
Florisweg4 1989
Boerderij in 1989. 

graafflorisweg4 2014 RL

Boerderij in 2014
Bron: Ria Lutz

fl003
Notabelenwoning Graaf Florisweg 7 is gemeentelijk monument. 2011

Een deftig herenhuis, of met de woorden van het gemeentelijk monumentenregister: een notabelenwoning. De oudere Nieuwerbruggers zullen het kennen als het huis en de praktijk van de dokter. Er zullen daarom heel wat Nieuwerbruggers over de drempel zijn gegaan en meer of minder ontspannen hebben gewacht, en een gesprek of een onderzoek hebben gehad.

Geschiedenis gebruik en bewoning
Het gebouw is altijd in gebruik geweest als woning, na de oorlog woonden hier de schoonzussen Kornelia (Kee) Kok en Jacoba (Coba) Kok-de Koning, weduwe van Gijsbert Kok. Kornelia en Gijsbert zijn even verderop in de boerderij van Kok, nu Graaf Florisweg 4, geboren. Toen het huis leeg kwam te staan is het gekraakt door Dirk van den Berg met zijn gezin die in dezelfde straat een erg slecht huis bewoonden. Het was de tweede helft van de vorige eeuw zoals gezegd ook woning en praktijk van de apotheekhoudende huisarts. Van 1952 tot 1962 door huisarts A. Samson, daarna tot 1994 door J. Versteegt.

Gebouw
Midden in het dorp gelegen dit gemeentelijk monument, een een-laags woonhuis uit 1890. Het heeft een lijstgevel van twee lagen met daar bovenop een houten kroonlijst. Opvallend verder zijn de versierde gestucte en gegoten venster- en deuromlijstingen met ronde bovenhoeken alsmede een profiellijst en een plint.
De gevels zijn van rode baksteen in kruisverband gemetseld. De plinten zijn gepleisterd en die aan de voorzijde heeft een profiel. Over de breedte van de voorgevel twee cordonlijsten in één geheel met de deur- en vensteromlijstingen.
Het huis heeft houten schuifvensters met glas-in-lood bovenlichten. Het heeft een vernieuwde houten voordeur en ook een nieuwe venster/raampartij in de zijgevel links.
Het zadeldak heeft een wolfseind aan de voorzijde en gesmoorde Hollandse pannen, met vooraan een piron. Verder zijn er zijn recente dakkapellen.
Het hek rond de stijlvolle tuin is deels origineel, deels vernieuwd en het toegangshek is gietijzer. In de tuin staat een grote rode beuk. In de tuin van de buren links staan een paar kleinere rode beuken.

Florisweg GB 052A

Ongedateerde luchtfoto.
Collectie Gijs Boer

juni 2020