Van Waterstrijd naar watermanagement

Je denkt misschien dat het water zomaar naar de zee stroomt als je hier naar de rustig voortkabbelende Oude Rijn kijkt. Daar valt nog heel wat over te zeggen.
Vanaf de grote ontginning, zo’n 900 jaar geleden, kwam er steeds meer water uit het veen de Rijn ingestroomd. Zo ook uit de polders Noordzijde, Weijland en de Bree, een oude veenbult die er vroeger ten noorden van de Rijn was. De Rijnmonding bij Katwijk in de Noordzee was aan het verzanden, waardoor de bewoners van de Rijnoevers in Holland steeds meer last kregen van dat water.

De Hollandse graaf nam een resoluut besluit en legde bij Zwadenburch een dam in de Rijn, de plaats die we nu Zwammerdam noemen. Toen zaten de bewoners aan de Stichtse kant van de dam met het probleem van wateroverlast. Het geschil tussen de graaf en de bisschop werd aan de keizer, Frederik II Barbarossa, voorgelegd. Deze deed in 1165 de uitspraak dat de Rijn niet afgedamd mocht worden en een vrije rivier moest blijven. In 1202 kwam er een nieuwe uitspraak in een akte: “Holland-Stichtse Vredesbepaling inzake Rijnlands Waterstaat” en kwam er een sluis bij Zwammerdam. Rond 1365 werd deze sluis weer afgebroken en er kwam een nieuwe in Bodegraven.

De strijd over het water, nu tussen het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Groot-Waterschap van Woerden, bleef nog eeuwenlang voortbestaan. In plaats van het oude kwam er in 2004 een nieuw akkoord “Waterakkoord Sluis Bodegraven”. Nog steeds wordt er betaald, nu door de Stichtse Rijnlanden aan Rijnland, voor de kosten van het afgevoerde water. Bij zomerse droogte krijgt Rijnland zoet water geleverd van het Sticht, waardoor verzilting van een groot deel van Zuid-Holland wordt tegengegaan.

Barbarossa

Monument keizer Barbarossa van Theo van der Nahmer uit 1965 in Zwammerdam.
bron: www.vanderkrogt.net

 
rijn 1885 rhc
Oude Rijn bij Dubbele Wiericke. c.a. 1885
collectie: Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard
sluis bodegraven
Sluis van Bodegraven. c.a. 1910
collectie: Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard
kaart 2012
Nieuwerbrug 2012
logo republiekaandenrijn
Deze tekst komt ook op een bord voor het Wierickehuis in Nieuwerbrug.
Deze wordt geplaatst door de Republiek aan den Rijn.
ONTSTAAN EN ONTWIKKELING
Nieuwerbrug dankt zijn bestaan aan zijn brug; zijn brug dankt zijn bestaan aan de Rijn. Voor de Romeinen is de Rijn een grens met een limes, een te verdedigen grensweg tegen de barbaren van het noorden. Een brug is hier niet aan de orde: Hoogstens een bruggetje over de monding in de Rijn van het veenriviertje de Bekenes met een wachttoren.
De grens van het graafschap Holland schuift 1000 jaar geleden steeds verder over de veenwildernis naar het oosten ten koste van het Sticht. Vanaf 1281 behoort onze streek  bij Holland en een noord-zuid verbinding lijkt dan nuttig. Dat nut is er niet slechts voor machthebbers, maar ook voor de plaatselijke bevolking, de boeren en landarbeiders, die vanaf de 10e eeuw de klei van Bekenes ontginnen en vanaf de 11e eeuw de veenmoerassen ontginnen en die later inpolderen.
dorp aan de rijn
Voorbeeld van nederzetting langs de Oude Rijn. bron: Daan Claessen
collectie: Erfgoed gemeente Utrecht
NIEUWER BRUGGE
De Rijn is van groot belang voor transport van mensen en goederen, zeker nadat rond 1365 de beide Wierickes gegraven worden en er een verbinding met de Hollandse IJssel tot stand komt. Waar de Dubbele Wiericke de Rijn instroomt, een verkeersknooppunt bij uitstek, kan een nederzetting ontstaan zijn. Mogelijk is er toen een brug gesticht, een oude brug, later vervangen door een “nieuwer brugge”? Er is in elk geval een kapel, waarschijnlijk gebouwd vanuit particulier initiatief, waarvan de grond na afbraak door niet-geestelijke, gereformeerde Kapelmeesters
beheerd wordt.
trekschuit
Jaagpad langs de Oude Rijn met trekschuit. Project historische vaarwegen 2010
collectie: Claudia Thunnissen 
HANDEL EN NIJVERHEID
De bouw van de tolbrug en de aanleg van het jaagpad tussen Leiden en Utrecht in 1664 zorgt ervoor dat het vervoer over water en over land moet stoppen in Nieuwerbrug. Er komt dus handel en nijverheid in het plaatsje: een herberg (Het Witte Paard, later vergrijsd tot Het Grauwe Paard), ambachtslieden, kooplui, een molenaar, een bakker… Nieuwerbrug wordt het centrum voor de bewoners van de vijf polders, maar hoort bij vier gemeentes. Een steenfabriek en houthandelaren vestigen zich in de 19e eeuw in en nabij het dorp; hun producten gaan niet meer alleen over water, maar ook over land en per spoor. Een seinhuis met een treinhalte op de lijn Leiden-Utrecht draagt dan wel de naam Waarder, maar ligt op 300 meter van het dorp Nieuwerbrug.
wl001Rechts op de foto het Grauwe Paard
collectie: Cees Brouwer
BOEREN, BURGERS EN BUITENLUI
De Rijn was eerst vooral een levensader, maar wordt steeds meer een scheiding, met ten noorden ervan een lint van diepe perscelen in een vrijwel onaangetast polderlandschap, en tussen Rijn en dijk steeds dichtere lintbebouwing van arbeiderswoningen en kleine bedrijven die steeds meer hebben plaats gemaakt voor villa’s en bungalows. De koeien gaan uit hun oorspronkelijke Hollandse stallen en komen in steeds grotere aantallen, eerst in ligboxenstallen, en de laatste jaren in nog grotere agrarische bedrijfshallen: het aantal boeren wordt minder, maar de bedrijfsomvang steeds groter. Ten zuiden van de Rijn doorsnijdt eerst de spoorlijn Utrecht-Leiden en later de Rijksweg A12 het boerenland. Een paar boerderijen worden verplaatst en in de kern van het dorp komt steeds meer woningbouw en blijft wat bedrijvigheid. Vrijgekomen boerenerven veranderen steeds meer in burgererven met een nieuwe woon- en bedrijfsfunctie, maar met behoud van gezicht en uitstraling.
fl007
Oude boerderij van familie Kok
collectie: Annie Verboom-Goudriaan
HET “NIEUWE” DORP
Na 1945 wordt er flink gebouwd in het dorp en krijgt het een echte kern. In het begin vooral voor Nieuwerbruggers en de inwoners van Rietveld, Barwoutswaarder en Waarder, vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw komen er ook mensen van buiten de directe omgeving. Na de gemeentelijke herindeling van 1964 valt bijna de hele Brandschouwerij Nieuwerbrug onder de gemeente Bodegraven met grenzen bij Woerden die dwars door de polders de Bree en Bekenes heen gaan. De inwoners blijven actief met een eigen dorpshuis, dorpsblad, school, kerken, verenigingen en dorpsvolks(?) vertegenwoordiging.
brn001Nieuwbouw Burgemeester Bruntstraat
collectie: Cees Brouwer
REPUBLIEK AAN DEN RIJN
Het karakter van het dorp verandert daardoor ook. Behalve de inwoners die hun wortels in de directe omgeving hebben komen er mensen van “buiten” die forensen,  beide groepen met elk hun eigen aard. Zij vinden elkaar  als ze bedreigingen van het gemeenschappelijk dorpsbelang ervaren en om zaken aan te pakken die anders blijven liggen, waardoor de onderlinge binding versterkt wordt. Op deze manier uit zich nog steeds het onafhankelijkheidsgevoel, de daadkracht en de zelfredzaamheid. Nieuwerbrug dankt zijn bestaan aan zijn brug: de “Republiek aan den Rijn” dankt zijn bestaan aan haar inwoners .
pe002
Bestuur Groene Kruis met wijkverpleegkundige en huisarts
collectie:  Cees Brouwer
kaart 1873
Topografische kaart Bodegraven 1873

kaart 2012
Kaart omgeving Nieuwerbrug aan den Rijn 2012
logo republiekaandenrijn
Deze informatie ik ook te vinden op borden in de open ruimte rond Nieuwerbrug.
Deze zijn geplaatst door de
Republiek aan den Rijn.
De Rijn maakt het land
Vader Rijn was een woest stromende rivier die het water van het hoger gelegen gebied afvoerde en in duizenden jaren strijd met de zee, aan zijn wisselende oevers dikke lagen klei en zand achter liet. Tussen zijn rivierarmen ontstonden moerassen, veenpoelen, oude kreken, rivieren en stroompjes.  Voor de Romeinen was de brede Rijn de noordgrens (de Limes) van hun Wereldrijk. Ze gebruikten de rivier om handel te drijven met andere gebieden en de verbindingen te onderhouden met hun versterkingen. Op de zuidoever liep de grensweg met castella, wachttorens en bruggen.  Op de oeverwallen en de rivier was al (scheepvaart)verkeer tussen het binnenland en het kustgebied mogelijk.  In onze streek was er in de Romeinse tijd geen permanente bewoning op de hogere delen.
toren
Romeinse wachttoren in rivierenlandschap
Tekening: Judith van Heel
De mensen maken het landschap: ontginning
Ongeveer 1000 jaar geleden gaf de keizer van Duitsland de bisschop van Utrecht toestemming voor de ontginning van de woeste grond. In deze omgeving als eerste op de klei van de oeverwal tussen de Rijn en het veenstroompje de Bekenes.  Wat bredere percelen waterden daar vanzelf door slootjes en via duikers op de Rijn af. Vanaf de westkant gaf later ook de graaf van Holland die toestemming.  Op Bekenes ontstond blokvormige verkaveling op de oeverwal. Later werden het smalle verkavelingen die ook het veen in gingen. Dit leidde tot het “slagenlandschap”.  Eerst was de achtergrens vooraf niet bepaald (vrije opstrek), later waren het vaak “copeontginningen”. In dat geval sloot de graaf of bisschop een contract (cope) met een groep kolonisten om een stuk woeste grond te mogen ontginnen. Landmeters zetten percelen met vaste maten uit.  Bomen werden weggehaald en afgebrand. Sloten, haaks op de Rijn of andere wateren, zorgden voor de natuurlijke afwatering.  Op de oude kaart is goed te zien dat de achterkades van de ontginningen vanaf de Rijn en de Meije elkaar raakten en varieerden in lengte. Vaak bouwde de ene ontginning voort op de andere.
kaart 1615 k
Polder Bekenes, 1615
Collectie: Hoogheemraadschap
van Rijnland
Door samenwerken ontstaat karakter: de polders
De eerste ontginningen waren altijd gezamenlijke projecten. De Rijn of een veenriviertje diende als uitgangspunt van een ontginning. Rond 1365 werden al bestaande weteringen langs de polders doorgetrokken om het water van de Oude Rijn snel naar de IJssel af te kunnen voeren: de Enkele en Dubbele Wiericke.  Binnen de polders werkten de boeren steeds meer met elkaar samen, ook in polderbesturen. Voor het grotere gebied werkten daarnaast al voor 1322 de polders in het Groot Waterschap van Woerden samen.  Vanaf 1995 is het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden verantwoordelijk voor onze droge voeten, schoon water en veilige dijken.  Onze betrokkenheid is nu het betalen van de waterschapslasten en eventueel het schonen van een sloot en het kiezen van bestuurders.
pe004 k
Polderbestuurders Barwoutswaarder ca
en Papekop& Diemerbroek bij nieuw
motorgemaal, 1929
Collectie: Regionaal Historisch Centrum
Rijnstreek en Lopikerwaard
Lager en lager: inklinken
Het land kwam door het afgraven van de klei voor pan- en steenfabrieken en door inklinking van het veen langzamerhand steeds lager te liggen.  Daardoor liep het water niet meer op een natuurlijke manier weg. Op kunstmatige manier moest het water daarom afgevoerd worden door menskracht of paardenmolens en later door windmolens die langs de Oude Rijn en de beide Wierickes stonden. De voorvlieten zijn nog steeds zichtbaar in het landschap. Molens en stoomgemalen hebben plaats gemaakt voor computergestuurde gemalen.

ba001 k

Werkzaamheden aan sluis en brug
bij gemaal Barwoutswaarder, 1916
Collectie: Regionaal Historisch
Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard

En de boer hij ploegde voort: van koe tot kaas
Sinds de ontginning van het veenmoeras 1000 jaar geleden is het gebied rond Nieuwerbrug aan den Rijn erg veranderd. Boerderijen werden in linten op de oeverwallen gebouwd, meestal aan het begin van de percelen en soms dieper het land in.  Het landschap was gevuld met houtwallen, hoogstamboomgaarden en bosjes, tarwevelden en hennepakkers. Na de inklinking van het veen en het afgraven van klei was de grond eigenlijk alleen nog geschikt als grasland en ontstonden steeds meer melkveebedrijven. De percelen zijn grotendeels hetzelfde gebleven, de kaart is in die eeuwen niet veranderd, maar nu zie je bijna alleen maar grasland en maïsvelden. Een landschap van “gras en wolken, wilgen, wind en water” verandert mede onder druk van de oprukkende bebouwing van Woerden en Bodegraven in een gebied van “water, weide, wonen, werken en recreatie.”
pe003
Cornelia Moons-van Kasbergen
maakt kaas op de boerderij aan
het Weijland, rond 1940
Collectie: Kaasmuseum Bodegraven
En de boer hij ploegde voort: de verandering van de boerderijen
De kleine boerenbedrijven waren aanvankelijk ongeveer 14 ha groot.  Daar werd met zeis, hooivork en mestriek, paard en wagen, mestpraam en baggerbeugel, het land bewerkt. De boeren en boerinnen verwerkten in de zomer de melk veelal tot kaas en boter.  Dat is nu nog  te zien aan het opkamertje van de boerderijen met daaronder de kaaskelder. De laatste 50 jaar worden steeds meer koeien op steeds grotere bedrijven van 40-60 hectare en in steeds grotere stallen gehouden. Technologisch hoogwaardige en snelgroeiende melkveehouderijen met vernuftige tractoren en landbouwmachines. De hoornloze koeien worden gemolken met behulp van geavanceerde melkmachines of door melkrobots.  In het landschap zie je nu in plaats van de oude hooibergen, de moderne sleufsilo’s en in plastic verpakte balen voer. De boer heet nu een agrarisch ondernemer, producent van melk (en kaas!) en beheerder van het landschap.
hennep
Hennep roten en drogen op
het land, schilderij G. van de
Heuvel 1784
Collectie: Nederlands
Openluchtmuseum Arnhem

pe003

Hier ziet u Cornelia Moons-van Kasbergen kaas maken op haar boerderij. In de jaren 50 werd er op veel boerderijen nog zelf kaas gemaakt. Nu alleen nog bij Van der Bas en Verhoef.
Wilt u meer weten over kaas uit onze omgeving? Ga dan langs bij het Kaasmuseum in Bodegraven.

De (Oude) Hollandse Waterlinie was een waterlinie voor de verdediging van Holland in de 17e en 18e eeuw.Oude hollandse waterlinie

Nadat het stellen van inundaties (of onderwaterzetting, (uit het Latijnse inundare: overstromen) is het opzettelijk onder water zetten van een gebied) al in 1573 (Alkmaar), 1574 (Leiden) en 1629 (de Utrechtse Waterlinie tussen de Zuiderzee en de Lek) een effectieve verdedigingswijze was gebleken, werd in het Rampjaar 1672 in allerijl een waterlinie tussen de Zuiderzee en de Merwede ingericht om de Franse troepen onder Lodewijk XIV tegen te houden voor zij ook Holland zouden veroveren. Deze linie liep van Muiden via Woerden en Goejanverwellesluis tot Gorinchem. Utrecht viel er buiten omdat deze stad op dat moment reeds door de Fransen was veroverd. In december 1672 staken bij Woerden 9000 Franse soldaten de smalle strook water over omdat deze bevroren was. Na het plunderen van Zwammerdam trokken zij zich door de invallende dooi weer terug.

Nadat deze linie in 1672 had standgehouden, kreeg hij een meer permanent karakter alsmede zijn naam. Accessen werden versterkt met tal van forten, batterijen en andere verdedigingswerken. Tot aan de napoleontische tijd werd de linie een aantal keren naar het oosten verlegd, zonder echter de stad Utrecht in te sluiten. Vanaf 1815 werd een geheel nieuwe verdedigingslinie ingericht met deze stad als centraal punt: een linie die vanaf 1871 officieel de Nieuwe Hollandse Waterlinie genoemd werd, ter onderscheiding van de linie die daarna als de Oude Hollandse Waterlinie aangeduid zou gaan worden.

Mobilisatie
Tijdens de oorlogsdreiging werden er in heel Nederland soldaten gemobiliseerd. In Nieuwerbrug werden ook soldaten ondergebracht bij verschillende boerderijen.
Maar toen de Nieuwerbrugger Marius van den Berg ontwaakte uit zijn huwelijksnacht, was het land in oorlog.
Bij houthandel Van Duijn werden toen de houtbewerkingsmachines onder de bedrijfshal in de grond verstopt.

mobilisatie
Nederlandse soldaten met de kinderen van de school. collectie: Gijs Boer
Duitsers in ons dorp
Duitse soldaten trokken in het schoolgebouw. De lessen werden daarom gegeven in de consistorie van de Brugkerk en De Ster.
Ook in boerderijen en huizen werden soldaten met hun paarden ingekwartierd. Dit waren voor een groot deel Oostenrijkers, die waren opgeroepen. Geen fanatieke fascisten. Deze jonge soldaten waren voor sommige Nieuwerbrugse meisjes te spannend om niet te kussen.
Een soldaat schilderde een grote tank op de houten schuur van Bosman, op de hoek van de Straatweg (nu Weijland) en Brugstraat (nu Bruggemeestersstraat). In de maalderij van Koning bracht hij de wapenschilden van de hier gelegerde cavalerie-eenheden aan.  Deze zijn tijdens een brand door het bluswater vervaagd en rond 2014 door de huurder weggewit.
Duitse soldaten
Pier Kool met twee Duitse soldaten die bij hem waren ingekwartierd.
collectie: Arie van den Berg Mzn

Fort Wierickerschans
Aan het begin van de tweede wereldoorlog werd Fort Wierickerschans nog genegeerd. Later vestigde het 'Zeugambt der Deutsche Marine' zich op het Fort, die het gebruikte als wapenarsenaal. In die periode werd de binnengracht verder gedempt.
De Duitse marine gebruikte op zee kleine muziekinstrumenten. Zo is er op het fort een kleine accordeon achtergebleven. Een vlag met hakenkruis, die op het fort gewapperd heeft, is na jaren weer terug in Nieuwerbrug.

wierickerschans trekzak
Accordeon van Duitse marine op Fort Wierickerschans
collectie: Gijs Boer
Verzet
Zoals in heel Nederland, hadden zich in Nieuwerbrug mensen aangesloten bij de NSB.
Anderen verzetten zich tegen onze bezetters. Vanaf de Knodsenburg werd kaas gesmokkeld over de Rijn en bij verschillende Nieuwerbrugse huishoudens waren onderduikers ondergebracht.
Nadat een Joods gezin zich bij Cees Koning meldde om onder te duiken, kwam hij in contact met de ondergrondse. Hij werd groepscommandant in gemeente Barwoutswaarder, codenaam  Purmerend. Nieuwerbrug bestond toen immers nog uit Barwoutswaarder, Waarder, Rietveld en Bodegraven.
Als groepscommandant had Koning contact met dr. Schrijver in Woerden en Karssen in Bodegraven.
Op de zolder van het brandspuithuis werd verzetsblad Kroniek gestencild, pal naast de school waar de Duitsers zaten. Het kleine raampje in de nok, gaf een goed zicht op de naderende vijand. Het apparaat is later nog gebruikt door Brouwer Druk en ging toen naar Afrika.
Tegen het einde van de oorlog kwam Koning samen met vader en zoon Boot en Van Ommeren in een vuurgevecht met SS-ers bij de Blokhuisbrug in Rietveld (nu Woerden).
Een andere SS-er heeft hem een keer laten lopen, omdat hij hem zo moedig vond.
Koning had geen problemen met NSB-ers die verder niemand verraden, of “fout” waren. Zo kwam er een Nieuwerbrugse NSB-er gewoon bij hen over de vloer.
De vrouw van Cees, Maria, was wapeninstructrice bij de ondergrondse. Zij ging nooit mee op acties.
Op een dag belde een aantal Duitsers aan. Ze heeft toen de geweren waar ze mee bezig was in de wieg gestopt en haar dochtertje er opgelegd. De soldaten vonden het een leuk kindje.
Na de oorlog heeft ze met haar man de wapens uit elkaar gehaald en in delen in de Woerdense singel gegooid.
Veel later moest een loodgieter onder hun vloer werken. Ze kwamen er toen achter dat ze nog een aantal geweren en handgranaten waren vergeten.

pistool verzet
Pistool van verzetscommandant Cees Koning.
collectie: particulier

verzet nieuwerbrug
Kopstukken van Nieuwerbrugs verzet voor de school in Nieuwerbrug.
Tweede van links: Dokter Schrijver, commandant van Woerden.
collectie: Gijs Boer
Tewerkstelling
Verschillende Nieuwerbruggers gingen werken in Duitsland. Sommige gedwongen, anderen vrijwillig.
Eén van hen stikte in een kelder, tijdens een bombardement. Een ander raakte zijn benen kwijt tijdens het werken. Hij werd hiervoor keurig uitbetaald als oorlogsslachtoffer en kreeg een aangepaste auto. In ons dorp bekend als de ‘gogomobiel’.

tewerkstelling
Floris Oskam werkt in de landbouw.
collectie: Gijs Boer
Oorlogsgeweld
Om de bevoorrading van de Duitsers tegen te gaan, werden de ‘nieuwe weg’ A12, de Rijn en het treinspoor door de geallieerden en het verzet aangevallen. Tijdens een beschieting vanuit de lucht is een boerenknecht in zijn bil geraakt.
Om sabotage te voorkomen werd er wacht gelopen langs het spoor en zaten er Duitsers in het huisje bij de spoorbrug.
Tegen het einde van de oorlog was het verboden om tussen 16.00 en 9.00 uur het spoor over te gaan.

 
Beschieting vrachtschepen
Op zaterdagmiddag 9 september 1944 lagen de twee vrachtschepen van de Groningse broers Van der Molen afgemeerd in de Rijn, ter hoogte van de huidige ingang van de 's Gravenhof.
Om twee uur vlogen Engelse bommenwerpers richting Duitsland, vergezeld door jagers. Deze jagers hebben de schepen misschien aangezien voor Wehrmacht-bevoorrading en het vuur geopend.
Hierbij werden vader en zoon gedood en moeder zwaar verwond.
De families verbleven hierna
tot de bevrijding in Nieuwerbrug.
familie Van der Molen
Familie Van der Molen.
collectie: Gijs Boer
Bombardement spoorbrug
Op 8 februari 1945 zijn de twee wachthuisjes bij de spoorbrug getroffen tijdens een gebombardeerd. Hierbij is een Duitse Oostfrontmilitair omgekomen. Hij had zelf al twee zoons verloren aan het Oostfront. Dus ook bij de Duitsers was er veel leed.
Tot de 50er jaren, stonden hier houten noodwoningen. Deze zijn toen vervangen, maar al snel weer gesloopt.
De fundering is onlangs bij de aanleg van de nieuwe volkstuinen tevoorschijn gekomen.

wachthuisjes
Wachthuisjes bij Wierickerspoorbrug.
collectie: Spoorwegmuseum
Voedselhulp
Aan het einde van de oorlog werd het voedsel in ons land steeds schaarser. Ook in een plattelandsdorp als Nieuwerbrug.
Een aantal Nieuwerbruggers wilden in maart 1945 hier verbetering in brengen. “Het voedsel Comité is geboren uit de nood der tijden en heeft uitsluitend ten doel de ergste nood te lenigen van de inwoners der Brandschouwerij Nieuwerbrug en de rest van de gemeenten Rietveld en Barwoutswaarder.”
Begin april kwamen er al tuinen voor gezinnen die geen grond hadden en werden er al pootaardappelen verkocht. Er werden koeien geslacht en het vlees verkocht, net als melk. Niet veel later kwam er turf voor de bakkers en kapucijners om te zaaien.
In augustus 1945 stopten ze met hun activiteiten.

voedselhulp
Poster voedsel-comité
collectie: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard

Bevrijding
Na 6 mei 1945 hebben er in Woerden voor een korte tijd plaatselijke NSB-ers en collaborateurs vastgezeten.
Cees Koning ging naar Den Haag, om een snelle oplossing te vragen voor alle “foute” streekgenoten die opgepakt waren.
Dit waren deels NSB-ers die alleen een verkeerde politieke keuze hadden gemaakt.
Over de Straatweg (nu De Bree en het Weijland) passeerden op 7 mei onze bevrijders. De bewoners van ons dorp hingen de vlag uit en zwaaiden met veel dankbaarheid naar ze. Op het schoolplein nodigde het Nieuwerbrugse oranjecomité kopstukken van het regionale verzet uit. Ook dokter Schrijver uit Woerden was hierbij aanwezig. Een geschiedenis die haar ooggetuigen bijna heeft verloren.

bevrijding 01 bevrijding 02

bevrijding 03 bevrijding 04

bevrijding 05 bevrijding 06

bevrijding 07 bevrijding 10

bevrijding 09

bevrijding 11
Bevrijders rijden over de Straatweg (nu Weijland) langs de Brugstraat (nu Bruggemeestersstraat). 7 mei 1945
collectie: Gijs Boer
Heeft u meer verhalen, foto's of voorwerpen uit Nieuwerbrug in de Tweede Wereldoorlog? Laat het ons dan weten via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Samen vertellen we het verhaal van Nieuwerbrug.

wo006

Beleg van Woerden,1576 (Particuliere collectie)

Tijdens de Spaanse bezetting, ook wel de tachtigjarige oorlog genoemd, werd Woerden belegerd van 8 september 1575 tot 24 augustus 1576. Rond de stad lagen diverse schansen. In ons dorp lag de Nieuwerbrughsche Schans (rechts boven, tegen de rand). Deze is in 1672 weer opkeknapt, om tegen de Fransen te gebruiken.
Net als in het Rampjaar, werden hier delen van het land onderwater gezet, om de vijand tegen te houden.

Vijand zakt door het ijs bij Zegveld

Woerden geplunderd, Bodegraven uitgemoord. Het Groen hart vormt in het Rampjaar 1672 het slagveld van de strijd tegen de Fransen. De gids Vestignsteden van Goud laat zien waar de kanonnen stonden, waar de vijand lag en waar het bloed vloeide.Rampjaar1672

Hans-Paul Andriessen

Een snoer van elf vestingsteden, waaronder Schoonhoven, Oudewater, Gouda en Woerden. Tientallen forten, kastelen en vergeten slagvelden en honderden sluizen, kanaaltjes en bruggen. Daarmee  vormt de Oude Hollandse Waterlinie uit de Gouden Eeuw het grootste openluchtmuseum van Nederland.
En het mooie is dat die linie middenin de natuur van het Groene Hart ligt en waar een netwerk van wandel-, fiets- en vaarverbindingen het mogelijk maakt om van die linie te kunnen genieten.
Dat is de reden voor Jan van Es uit Kamerik en Bernt Feis uit Woerden er het boek Vestingsteden van Goud, wandelgids voorde Oude Hollandse Waterlinie over te schrijven. De eerste auteur is oud-journalist, de tweede oud-leraar geschiedenis en directeur van de Stichting Oude Hollandse Waterlinie. Beiden zijn geworteld in en verknocht aan het Groene Hart.
Het boek, 144 pagina's met volop kaartjes, foto's en leuke weetjes, vertelt de geschiedenis en hoe die je als wandelaar tegenkomt in dit 'openluchtmuseum'. In elk van de elf steden voert een 3 kilometerslang rondje de wandelaar langs de meest interessante plekken. Voor de lange-afstandswandelaar is er het 109 kilometerslange Waterliniepad langs heel de linie en er staan ook nog drie thematische wandelingen in: de Vestingstedenroute, de Twee Provinciënroute en de Rampjaarroute.
Aartsvijanden
Als Bernt Feis het verhaal van de Oude Hollandse Waterlinie in een notendop wil vertellen, neemt hij het Rampjaar 1672 als vertrekpunt. „Het meest dramatische jaar uit de geschiedenis van Nederland, dat heette toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Onze aartsvijanden Frankrijk en Engeland sluiten een verbond om de Republiek gezamenlijk aan te vallen. Duitse bisschoppen sluiten zich daarbij aan. Op dat moment, we zitten in de tweede helft van de Gouden Eeuw, zijn we het rijkste land van de wereld. Om die rijkdom is het de aanvallers te doen. Met Amsterdam als hoofdprijs. Daarnaast speelde gekrenkte eer een rol bij de aanvallers."
De Franse Zonnekoning Lodewijk XIV valt met een leger van 120.000 man binnen. „Een voor die tijd onvoorstelbaar groot leger, dat als een stoomwals met een snelheid van 3 kilometer per dag optrekt. Alle dorpjes worden helemaal kaalgevreten. Iedereen moest geld betalen aan de Fransen, anders werd je boerderij of kasteel in brand gestoken. .Er werd geplunderd en gemoord."
In het oosten openen twee Duitse bisschoppen het vuur: die van Munster krijgt in de vaderlandse geschiedenisboekjes de naam Bommen Berend, omdat hij bommen van een enorm kaliber op de stad Groningen afvuurt. En vanaf zee wordt het land aangevallen door de machtige Engelse vloot. Dat leidt tot vier zeeslagen, waarbij admiraal Michiel de Ruyter uiteindelijk een Engelse invasie weet te voorkomen. Maar zover is het nog niet.
Redeloos, radeloos, reddeloos
Feis: „Als op 12 juni de Fransen bij Lobith de Rijn oversteken, ontstaat enorme paniek. Volgens een gezegde is 'het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos'. Op 21 juni, negen dagen later, is Utrecht veroverd en het Hart van Holland, met Amsterdam en regeringscentrum Den Haag ligt helemaal open. Het leger van de Republiek, met de 22-jarige prins Willem III als kapitein-generaal, staat er dramatisch voor. Willem bivakkeert op dat moment bij Nieuwerbrug, maar weigert zich over te geven. Hij heeft dan nog slechts één wapen: het water."
Al tijdens de strijd tegen de Spanjaarden, in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), hebben de Hollanders stukken land rond steden onder water gezet als verdediging. Het gaat dan om een laag van maximaal een halve meter. Varen kan dan alleen met hele kleine en lichte bootjes, niet geschikt voor troepenverplaatsing. Doorwaden is ook lastig, zeker omdat sloten en kanalen onzichtbaar zijn. In de jaren daarna leggen de twee rijkste provincies Holland en Zeeland een waterlinie aan als een cordon om Holland. „Utrecht vond het plan te duur", zegt Feis. „Daar hebben ze later enorme spijt van. De stad is door de Fransen zwaar geplunderd."
Inundatie
Die natte verdedigingsgordel, de waterlinie, wordt in juni van het Rampjaar in allerijl in gereedheid gebracht. Feis: „Sluizen worden opengedraaid en dijken en kades doorgraven. Bij Naarden wordt de zeedijk doorgestoken. Bij Gouda wordt later de Mallegatsluis opengezet De meeste Gouwenaren en zeker de boeren zijn daar helemaal niet blij mee. Ze zien hun oogst verloren gaan en moeten snel hun vee in veiligheid brengen. Hun huizen zijn van leem en riet. Die gaan na drie dagen drijven. Boeren gaan 's nachts de boel saboteren. Sluizen onklaar maken, dijken versterken. Of ze kopen soldaten om. In Nieuwpoort is het stadhuis gebouwd over de sluis die de hele Alblasserwaard onder water kan zetten. Dat hebben ze niet gedaan om de sluis tegen de Fransen te kunnen verdedigen, maar tegen de eigen boeren. De inundatie, die zowat twee jaar duurde, zorgt voor een vluchtelingenstroom uit deze gebieden. Het gebied raakt voor een deel ontvolkt, dat blijkt onder andere uit doopregisters."
Ook door de droge zomer en technische problemen duurt het tot juli 1672 voordat het water op de meeste plaats op het juiste peil staat. Pas in de herfst staat het water van Amsterdam tot bijna aan 's-Hertogenbosch. „Intussen proberen de Fransen vanuit Utrecht met kleine eenheden op te rukken richting de grote steden. Hun troepen dringen door tot Woerden, Montfoort, Oudewater en nog een reeks plaatsen. Maar daarachter stuiten de Fransen op de inundaties en achter dat water ligt het leger van prins Willem te wachten, een leger dat ongeveer 30.000 manschappen telt."
Sporen in de klei
„De prins zit in Alphen aan den Rijn. Hij heeft zijn hoofdkwartier in Fort Gouwsluis achter de Gouwe. Daar is nu niets meer van te zien. Daar ligt ook zijn admiraalssloep waarmee hij op de Oude Rijn naar Zwammerdam en Nieuwerbrug vaart om zijn troepen, die daar lagen, aan te vuren. Van daaruit doet hij nog een vergeefse uitval om Woerden te bevrijden. Dit leidt tot de Slag bij Kruipin, tussen Woerden en Kamerik, grofweg waar nu het Brediuspark ligt. In de bloedige gevechten, die vijf uur duren, sneuvelen rond de 2000 soldaten. Meer Fransen dan Nederlanders overigens. Maar de Fransen winnen wel en Woerden blijft in Franse handen. Het zou fantastisch zijn om op die plek opgravingen te doen. Het is kleigrond, dus daar moeten veel sporen te vinden zijn. Je zou de hele logistiek van die slag in kaart kunnen brengen", dagdroomt Feis.
Kantje boord
Terug naar 1672. Als de vorst invalt en de watervlakte bevriest, ruiken de Fransen hun kans. Eind december trekt 8000 man over het ijs richting Zegveld om een doorbraak te forceren.
„Maar de dooi komt de prins en zijn leger te hulp. Tijdens de overtocht van het Franse leger over het bevroren water van de Meijepolder wordt het ijs snel onbetrouwbaar. Soldaten zakken door het ijs, een twaalftal verdrinkt De Fransen kunnen ook niet verder naar Alphen optrekken omdat daar het leger van de prins zich heeft verzameld. De doorbraak is mislukt. Gefrustreerd trekken de Fransen zich via de oevers van de Rijn terug naar Woerden. Op de terugtocht worden Zwammerdam en Bodegraven door de Franse maarschalk Luxembourg uitgemoord. Hij houdt er verschrikkelijk huis. En na de plundering steken ze de boel in de fik. Dat is nog goed te zien aan de kerktoren van Zwammerdam. De onderste drie meter bestaat uit oude bakstenen, tot zo ver is ie afgebrand. Uiteindelijk druipen de Fransen af richting Utrecht."
Het Rampjaar, en het feit dat het kantje boord was, geeft een geweldige impuls om de verdedigingslinie te versterken. Nog in 1673 worden op strategische plekken verbeteringen uitgevoerd. Fort Wierickerschans, tussen Bodegraven en Nieuwerbrug, is er één van. In de decennia daarna worden de vestingen van onder meer Woerden, Oudewater en Schoonhoven versterkt tot hoe ze er nu uitzien.
Bernt Feis is als directeur van de Stichting Oude Hollandse Waterlinie al aan het vooruit kijken naar 2022, wanneer het Rampjaar 350 jaar geleden is. „We gaan veldslagen en zeeslagen naspelen met historische schepen en in kostuums uit die tijd. In Paleis Het Loo komt een grote tentoonstelling, er komen boeken. En we gaan praten met Hans Goedkoop, die voor de NOS die prachtige serie over de Tachtigjarige Oorlog heeft gemaakt. Ja, dit stuk van het Groene Hart komt echt centraal te staan, hier is het gebeurd."

EXECUTIE
Willem III stelt daad: kolonel onthoofd
Een van de vele opmerkelijke verhalen uit het Rampjaar is dat van kolonel Moïse Pain et Vin, huurling in het leger van de Republiek. Terwijl de prins in Alphen zit, bevindt Pain et Vin zich in de vooruitgeschoven post in Nieuwerbrug, waar de waterlinie met anderhalve kilometer op zijn smalst is. Die ligt tussen de Enkele en Dubbele Wiericke.
De kolonel laat hier een aarden wal oprichten richting Woerden, waar de Fransen zaten, en zet er kanonnen op. Maar de terugtrekkende Franse troepen komen juist vanuit de andere kant, de slecht te verdedigen kant. Pain et Vin realiseert zich dat hij afgesneden is van het leger van de prins en besluit de stelling te ontruimen. Hiervoor wordt hij opgepakt en voor de krijgsraad gebracht, die hem aanvankelijk levenslang geeft. „Prins Willem vindt dat niet genoeg", zegt Bernt Feis, directeur van de Stichting Oude Hollandse Waterlinie en co-auteur van het boek Vestingsteden van Goud, wandelgids voor de Oude Hollandse Waterlinie. „Om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen, laat Willem hem in zijn hoofdkwartier in Alphen onthoofden. Later wordt hij in de Sint-Janskerk in Gouda begraven, waar je zijn graf nog steeds kan vinden."

Bron: AD Weekend dichtbij 13 april 2019

 

Het wapen van Nieuwerbrug is in feite geen gemeentewapen maar een familiewapen wat betrekking heeft op de plaats Nieuwerbrug. Gerrit Brouwer wilde iets nalaten voor het dorp waar hij vanaf 1947 woonde en een kapperszaak had. Met zijn zoon Cees liet hij in 1980 een wapen registreren. Gerrit Brouwer overleden in 1982.

Het wapen is een sprekend wapen, dat wil zeggen dat het iets voorstelt.

Het blauwe kruis verbeeldt de Wiericke (gegraven in 1362) en de Oude Rijn.

Om door de Rijn te mogen varen moest je penningen betalen. Vandaar de drie gouden rondjes.

Op de verticale balk staat boven en onder een fort. Deze forten maakten tot 1672 deel uit van de Oude Hollandse Waterlinie. Deze is verwoest in december 1672, waarna er een kilometer richting Bodegraven het huidige fort Wierickerschans is gebouwd.

Boven het wapen staat een Brouwersspaan. Dit is het enige wat op de ontwerper slaat.

Gerrit BrouwerDe spreuk 'Dispar Vulgo' slaat op hetgeen Gerrit Brouwer graag deed: geen normale dingen doen en betekent dan ook 'Anders dan Anderen'.

Het wapen is te zien op het tolbord  bij de Tolbrug met de prijzen van 1877 en staat op de top van het huis aan de Graaf Florisweg 8.

Uit 'Nieuwerbrug. Een klein dorpje met eigenzinnige mensen'.

nokwapen

Wapen in de nok van Graaf Florisweg 8.

wapen
ka003 d3
Fort Pain et Vin (noord/links) en fort Nieuwerbrug (zuid/rechts).

tolbord
Wapen op het tolbord bij de Tolbrug. (noordkant)

 

Weersverwachting
Nieuwerbrug
Weeronline.nl - Meer weer in Nieuwerbrug weeronline.nl Altijd jouw weer