Weijland26 Knodsenburg

Boerderij Knodsenburg. Weijland 26 Nieuwerbrug

Inmiddels oefent hier de vierde generatie Van Veldhuizen een agrarisch bedrijf. De moderne stallen op het erf bieden plaats aan 75 stuks melkvee, 45 stuks jongvee en 20 schapen.

Geschiedenis en gebouw
Knodsenburg was de naam van een schans in Lent nabij Nijmegen waar in 1591 Prins Maurits de Spanjaarden versloeg en Waarbij de schans werd verwoest. De schans bij Nieuwerbrug onderging een zelfde lot, vandaar misschien de naam van deze bijzondere hoeve.
Het rijk versierde gesmede ijzeren hekwerk in Lodewijk XIV-stijl verraadt samen met de vorstelijke dubbele toegangsweg de allure van deze rijke hoeve. Niet alleen rijk van uitstraling, maar ook van historie. Wrang genoeg was het juist het leger van Lodewijk XIV, dat hier in het rampjaar 1672 plunderend rondtrok, waarbij talloze boerenhoeven in vlammen opgingen. De legende verhaalt dat Prins Willem III in het jaar daarop, vanuit Knodseriburg, toezicht hield op de bouw van Fort Wierickerschans. Vermoedelijk is het herenhuis gebouwd in 1588 met een plat dak als een vierkant gebouw. Er is in de loop der tijd het nodige verbouwd. Zo is na een restauratie het zadeldak aangebracht en zijn raampartijen en decoraties 18e-eeuws, Lodewijk XV-stijl. Duidelijk is dat voor- en achterhuis uit verschillende bouwperioden stammen. Hardnekkige verhalen over onderaardse gangen tussen Knodsenburg en Fort Wierickerschans moeten worden verwezen naar het rijk der fabelen.
Het voorhuis moet gebouwd zijn door een vermogende familie van notabelen, die het bedrijf verpachtte en er zelf in de zomer met personeel resideerde om de stad te ontvluchten en om er te jagen met gasten. In de archieven wordt melding gemaakt van eigenaar Petrus, Judocus Arnoldus van Oosthuizen van Rijzenburg uit den Haag; niet bepaald een gewone naam, dus een man van stand. Een latere eigenaar Mr. P.L. Schippers bezat ook de rechten van de ambachtsheerlijkheid Bodegraven. Ook was het enige tijd in bezit van de burgemeester Mr. A.H. Metelerkamp van Gouda. Het geheel vormt een uniek pand met de uitstraling van een landhuis. Het onderhuis is half verzonken aangebracht. De verdieping erboven, het bovenhuis, is bereikbaar via een imposante hardstenen trap met balustrade. In de trap bevindt zich een personeelsingang voor de benedenverdieping. Het linker souterrain is geheel betegeld en herbergt vijf religieuze tegeltableaus met Christus aan het kruis, kruisafname, de opstanding, de hemelvaart en het offer van Abraham. Dit vertrek gaat door het leven als de huiskapel en mogelijk heeft het ooit daar ook toe gediend.
De aanblik van de voorgevel wordt gedomineerd door een middenrisaliet met gesneden versieringen geflankeerd door vier enorme twaalfruits schuiframen. De centrale dubbele toegangsdeur wordt bekroond met een bijzondere verlengde levensboom; daarboven het centrale bovenraam met rijk gesneden Lodewijk XV-ornamenten. Uniek zijn ook de andere bovenramen, die meegaan in de daklijn. Door het enorme dakoverstek moeten de goten ondersteund worden door sierlijke ijzeren dragers. De bouwsporen in de zijgevels verraden met verschillende steensoorten en kleuren talloze ingrepen. Opmerkelijk zijn de dichtgemetselde grote raampartijen, waarschijnlijk gebeurde dat om de ooit geheven raambelasting te ontduiken. De oostelijke gevel toont een buitenzijdig aangeklampte schoorsteenschacht. Het inpandige rookkanaal van het oudere achterhuis in de brandmuur is uitgerust met enorme rookkast, waar hammen, worsten en spek werden gerookt.
De achtergevel met dubbele getoogde voerdeeldeur toont een bont mengsel van verschillende soorten baksteen: van mop tot ijssel-, waal- en rijnsteen in geel, oranje, rood en grijs. Het wijst op de talloze aanpassingen voor het agrarisch bedrijf in de loop der eeuwen. In 1921 werd rechts een wagenloods/koetshuis gebouwd met speksteenlagen in rood en geel. Ongeveer uit dezelfde periode stamt het zomerhuis met boenhok aan de westzijde.

bron: Verlichte boerderijenroute 2009

Weijland26 Knodsenburg RCE 01 2000

Weijland26 Knodsenburg RCE 02 2000

Tegeltableau. 2000. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Jesus gekruyst op den berg Golgota
Weijland26 Knodsenburg RCE 03 2000
Jesus afgenoomen van het Kruys
Weijland26 Knodsenburg RCE 04 2000
Abraham offert zijn zoon Isaak
Weijland26 Knodsenburg RCE 05 2000
De Opstanding Christus
Weijland26 Knodsenburg RCE 06 2000

De Hemelvaart Christus

Weijland26 Knodsenburg RCE 02 1959 Toegangshek. 1959. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Weijland26 Knodsenburg RCE 01 1976
Dicht toegangshek. 1976.
Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Weijland26 Knodsenburg RCE 01 1967 Knodsenburg. 1967. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Weijland26 Knodsenburg RCE 02 1976 Knodsenburg. 1976. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Weijland26 Knodsenburg RCE 03 1976
Knodsenburg. 1976. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Weijland26 Knodsenburg RCE 04 1976
Knodsenburg. 1976. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Weijland26 Knodsenburg RCE 05 1976 Oostgevel huis en stal. 1976. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Weijland24 Johanneshoeve RCE 01 1977

Weijland 24 in 1977. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Er zullen niet veel boerderijen zijn, waar het vee nog in het oorspronkelijke hoofdgebouw wordt gestald, maar op de Joharmes Hoeve is dat toch echt het geval. Zo’n 80 vleeskoeien van verschillende rasen, onder adere Belgische blauw, maar allemaal zogenoemde dikbillen, waaronder 30 zoogkoeien en 30 stuks jongvee vormen de veestapel, gecompleteerd met 40 schapen en 200 varkens.

Gebouw
Het gebouw is een Rijksmonument. De 18e-eeuwse boerderij heeft een gepleisterde voorgevel met opgelegde rode schijnvoegen, die de imitatie van natuursteen compleet moeten maken. Het is een typische hallehuisboerderij met een ankergebint dat de gehele constructie draagt; ook de ronde sparren van de rietgedekte wolfskap. De muurankers in de voorgevel zijn uitgevoerd als cijfers en tonen het jaartal 1785, het bouwjaar van de hoeve. Het hoofdgebouw is onderkelderd en de brandmuur verraadt op zolder nog de plaats van de ooit aanwezige rookkast, voor het roken van hammen, worst en spek. De achtergevel is vervangen, waarbij wel het grote rosetvenster in de top is teruggeplaatst. Terwijl voor het hoofdgebouw leilinden voor de nodige schaduw en koelte zorgen, gaat het aangrenzende zomerhuis schuil achter twee enorme paardenkastanjes. Die verschillende bomen accentueren ook het leeftijdsverschil tussen de twee gebouwen. Het zomerhuis is opgetrokken in rode rijnsteen in kruisverband, met ingezwenkte gevel, een houten kroonlijst en een zadeldak gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Aan het zomerhuis is nog een boenhok aangebouwd. Achter de boerderij staat een oude dwars gebouwde stal, waarin de zoogkoeien van de bewoners een plaatsje vinden.

bron: Verlichte boerderijenroute. 2009

Weijland24 Johanneshoeve RCE 05 1977 Weijland24 Johanneshoeve RCE 06 1977

Achterkant zomerhuis 1977 en kleine stal Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Weijland24 Johanneshoeve RCE 1959 Voorgevel 1959. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Weijland24 Johanneshoeve RCE 1967 Voorgevel 1967. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Weijland24 Johanneshoeve RCE 03 1977 Achterkant en westgevel. 1977. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Weijland24 Johanneshoeve RCE 04 1977 Achterkant zomerhuis en huisstal.
1977. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
 
Laatst bijgewerkt op: 12-9-2014

Weijland20 Armengoed RCE 01 1974
Weijland 20 in 1974. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

De huidige boerin is op deze boerderij geboren. De familie heeft het bedrijf uitgebouwd en boert nu op totaal 30 ha met koeien, schapen en varkens. De huisstal is ingericht voor het jongvee. 

Geschiedenis
Al in 1724 is sprake van een boerderij hier. Een en ander blijkt ook uit het verhaal, dat schuil gaat achter de naam Armengoed. Op 20 april 1741 schonk de Rietveldse landeigenaar Pieter Keijzer de boerderij aan de arme ingezetenen van Rietveld en de Bree. De opbrengst van de boerderijhuur minus onderhoud en belastinggelden moest ten goede komen aan de armen. Aangezien er nu geen armen meer zijn, wordt er ieder jaar met Kerstmis een deel van de opbrengst aan de weduwen geschonken. Zo pacht de familie Van Schaik sinds 1986 deze boerderij van Stichting Het fonds Pieter Keijzers Armen van Rietveld en de Bree.

Gebouw
Boerderij, tweede kwart 19 eeuw met vlechtingen in de puntgevel en rieten wolfsdak. Vensters met zes- en vierruits schuiframen en een groot bijzonder rosetvenster.
Boven de huisstal, op de til, is nog een bedstee.

bron: verlichtte boerderijenroute. 2009

Weijland20 Armengoed RCE 11 1974 Weijland20 Armengoed RCE 10 1974

Hooikap en stal. 1974. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Weijland20 Armengoed RCE 1967 Melkbussen aan de weg. 1967. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Weijland20 Armengoed RCE 02 1974
Oostkant. 1974. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Weijland20 Armengoed RCE 03 1974
Westkant. 1974. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Weijland20 Armengoed RCE 04 1974
Voorgevel. 1974.
Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Laatst bijgewerkt op: 12-9-2014
Vaders Wens, familie en meubelmakersbedrijf W.Mulckhuyse
Weijland9 VadersWens Mh 2014 groot
Rijksmonument Vaders Wens, Weijland 9. 2014

Twee grote kreeftankers en een kleine jaarsteen van 1791 sieren de voorgevel van dit rijksmonument. Tot 1992 was de boerderij in bedrijf, nu is het een woonboerderij, gerestaureerd met oude materialen naar de huidige woonmaatstaven. Bijzonder is dat de binnenmuren zijn gepleisterd met leem en de verwarming geschiedt door een houtgestookte leemkachel. Er wordt gekookt op een oud fornuis. Op zolder is nog de grote rookkast aanwezig in het schoorsteenkanaal en in de woonkamer zijn de drinkbakken van de koeien nu decoratieve elementen. De granito vloer van de kaaskamer is weer in ere hersteld en het bijzondere boenhok met zadeldak en stervenster wordt gebruikt als buitenkeuken. Ook bij de bouw van de nieuwe meubelmakerswerkplaats, overigens keurig verborgen in het groen en achter de boerderij, is gebruik gemaakt van natuurlijke materialen zoals veel hout en heel bijzonder een sedumdak begroeid met 7 soorten sedum. Er worden maatwerk meubels en keukens geproduceerd. In de werkplaats kunt u zien hoe dat in zijn werk gaat en wat er allemaal mogelijk is op dit gebied.
 
Deze boerderij met bijgebouwen is een voorbeeld, hoe oude cultuurhistorische waarden van een boerderij, een rijksmonument zelfs, uitstekend kunnen samengaan met een nieuwe eigentijdse functie.

www.wim-mulckhuyse.nl

Weijland9 VadersWens Mu 2014 5 Weijland9 VadersWens Mu 2014 3

Weijland9 VadersWens RCE 1967 1967. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Weijland9 VadersWens Mu 2014 4 Sedumdak op werkplaats. 2014
Weijland9 VadersWens Mu 2014 Doorkijkje in 2014
Laatst bijgewerkt op: 12-9-2014

Rietveld129 Voorbreed GH 02 2010

Voorbreed, Rietveld 128. 2010. Groene Hart leven - foto: Roel van Norel

Misschien vraagt u zich af wat er toch achter het hek van Rietveld 128 te zien valt? Dan moet u verder lezen, of het paardenpad af lopen tussen de fruitbomen door. Een waar lusthof midden in de polder en naast de zandgaten zal u dan verschijnen: de woonboerderij “Voorbreed”, zo genoemd omdat het een krukhuisboerderij is, met een brede voorkant, of mogelijk omdat de percelen van de boerderij in de Rijnbocht aan de voorzijde breed uitwaaierden.

Geschiedenis gebruik en bewoning
Waarschijnlijk vele eeuwen lang wonen en werken er mensen op deze plek. In 1808 komt Jacobus van Slagmaat uit Woerden met zijn gezin op de boerderij, zijn weduwe Huibertje van Vliet en later zijn zoon Gerardus bestieren het bedrijf. Vanaf 1846 zitten de in Nieuwerkerk geboren Arie Breedijk en Cornelia Blok op de boerderij en later tot 1874 zoon Pieter. In 1920 komen de in Wassenaar geboren Simon Johannes van der Stoel en Elisabeth Verweij hier wonen en werken, ze hebben samen 10 kinderen. Simon Johannes is voor en na de oorlog raadslid en wethouder van Rietveld. Het bedrijf is uitsluitend veehouderij, de deel tussen de koeien is geen dorsvloer maar een voerdeel met smalle deeldeuren, er zijn dan twee hooibergen. Tot 1955 wordt er nog kaas gemaakt en werden er varkens gehouden. De melkveehouderij blijft volop in bedrijf, in 1979 wordt er nog een nieuwe ligboxenstal gebouwd en in 1983 wordt de bouwvallige wagenberging met hooischuur vervangen. De opvolger Pieter Coenraad zet even daarna het bedrijf voort in Sleen, Drenthe. Jaap en Pauline Uittenbogaard kopen de boerderij in 1985 verbouwen die zo veel mogelijk in oude staat tot een mooie oorspronkelijke woonboerderij. Die restauratie is in 1995 klaar. Inmiddels woont er een andere familie.

Gebouw
De boerderij is vanaf 1986 rijksmonument en dateert oorspronkelijk uit1620. Het is een tamelijk uniek voorbeeld van het type krukhuisboerderij in dit gebied. De boerderij heeft een afgewolfd rieten zadeldak en lage zijgevels met in het achterhuis kleine vierruits vensters met een luik. Aan de rechterzijde bevindt zich het krukhuisgedeelte, dat wordt afgesloten door een tuitgevel waarin roedenschuifvensters met luiken zijn geplaatst.
In de voorgevel, voorzien van een zwart en wit geverfde plint, zien we uiterst rechts in het krukgedeelte een kelderlicht met diefijzers met daarboven een klein roedenschuifvenster van de opkamer. In het midden van de voorgevel bevindt zich een deur met roedenbovenlicht en een groot roedenschuifvenster van de kaaskamer. Op de zolderverdieping en links in de gevel is nogmaals een klein roedenschuifvenster geplaatst. Op de begane grond zijn de vensters voorzien van luiken. In het metselwerk zijn boven de vensters ontlastingsboogjes met natuurstenen blokjes aangebracht en langs de dakrand vlechtingen. Belangrijke interieurelementen zijn onder andere het stenen kruisgewelf van de kelder en de balken met sleutelstukken in de kaaskamer.
Rechts van de boerderij staat een negentiende-eeuws zomerhuis voorzien van een pannen zadeldak en twee zesruits schuifvensters in de voorgevel.

Aanvulling
Bevolkingsgegevens Simon Johannes van der Stoel sr.: http://www.vanderstoel.nl/genealogie/gensjvds1895.php

Rietveld129 Voorbreed RCE 01 2000 Rietveld129 Voorbreed RCE 02 2000

Rietveld129 Voorbreed RCE 03 2000 Rietveld Voorbreed GH 01 2010

Voorbreed Rietveld128 RCE 01 1978 Zuidgevel in 1982
Collectie Rijksdienst voor het Cultuureel Erfgoed

Rietveld129 Voorbreed RCE 01 1982
Oostkant. 1982
Collectie Rijksdienst voor het Cultuureel Erfgoed
Rietveld129 Voorbreed RCE 02 1982
Zuidgevel. 1982
Collectie Rijksdienst voor het Cultuureel Erfgoed
Rietveld129 Voorbreed RCE 1982 Achterkant oude huisstal. 1982
Collectie Rijksdienst voor het Cultuureel Erfgoed
Rietveld129 Voorbreed RCE 06 1982 Nieuwe stal. 1982
Collectie Rijksdienst voor het Cultuureel Erfgoed

Voorbreed hek Toegangshek naast JanZen. 2012
 
Laatst bijgewerkt op: 1-9-2014

Als je bij de A12 staat, die dwars door de polder heen loopt, realiseer je je misschien niet dat die een lange geschiedenis heeft. Deze polder  “Het Westeinde van Waarder” ligt tussen de Dubbele Wiericke, Korte Waarder, Molendijk en polder Ruige Weide.
Een aantal polders ten zuiden van de Rijn, waaronder de Westeinder polder, gingen na 1365 op de Hollandse IJssel afwateren. Dit gebeurde op een natuurlijke wijze via een stelsel van watergangen naar Oudewater. Toen dat door inklinken van de polder en verlanding van de IJssel steeds moeilijker werd, gingen die polders vanaf 1564 weer op de Rijn afwateren, nu met hulp van windmolens. De polderbesturen sloten hierover contracten af met het Groot-Waterschap van Woerden en het Hoogheemraadschap Rijnland.

Om te kunnen afwateren werd in 1577 een extra wetering  gegraven en een  molen gebouwd. De oude molenbult van de Westeinder molen is nog te zien ten zuiden van de spoorlijn. Nu nog is te zien dat de voorvliet uit de polder komt naast Korte Waarder 17 (de boerderij heet waarschijnlijk daarom Oude Vliet) en uitmondt in de Rijn naast Hoge Rijndijk 33.
In 1659 werd een tweede molen  gebouwd en een molenwetering  gegraven naast de Papendijk (nu de Molendijk) naar de Hof te Waarder.


Er kwam daar bij de Molendijk in 1880 eerst een stoomgemaal, “Knijff” genaamd, met later een elektromotor. Het werd in 1967 vervangen door een nieuw gemaal, bij de Dubbele Wiericke richting Driebruggen,  genaamd “Net op Tijd”. Gemaal Knijff en de machinistenwoning werden later afgebroken. Ter herinnering liggen op die plaats langs de Molendijk een aantal grote stenen zoals ze in klein formaat gebruikt werden voor de nieuwe, brede weg die later op de plaats van de oude molenvliet werd aangelegd.

pe007

Aart Hendriksz Knijff voorzitter van het polderbestuur, ook burgemeester van Barwoutswaarder, Rietveld en Waarder, ongeveer 1890
Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard

westeinde van Waarder water
Deel van de kaart van het Groot Waterschap van Woerden, 1670
Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard

mo001 k
Elektrisch gemaal Knijff, ongeveer 1965
Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard

 


Laatst bijgewerkt: 30-5-2014

Gemeentelijk monument, Barwoutswaarder 85
Barwoutswaarder85 2014 JvdB
Barwoutswaarder 85 in 2014.

Jan Bouthoorn wordt op 9 maart 1772 in Bekenes geboren en woont in 1832 al op deze plek. In de eerste helft van de negentiende eeuw is er hier dus al een oude boerderij, met soms één huisnummer: Bekenes 57, later 100, soms twee 100 en 101. Er staan twee boerderijen vlak naast elkaar, eerst wordt voor de rechtse een nieuwe gebouwd een stukje westelijker, nu nummer 87. Rond 1898 wordt voor de linkse een nieuwe boerderij gebouwd. De huidige bewoner, nu Barwoutswaarder 85, vindt het wonen in een oud monument geen onverdeeld genoegen: “Wonen in een monument geeft meer last dan lust. Dubbel glas is bijvoorbeeld niet mogelijk.” Of met de woorden van een makelaar in cultureel erfgoed: Het aan regels gebonden beheer en de kosten van exploitatie maken gebruik van een monument niet aantrekkelijk.

Geschiedenis gebruik en bewoning
In 1832 is Jan Bouthoorn eigenaar van twee naast elkaar gelegen boerderijen en al het omliggende land. De percelen oostelijk van de boerderij zijn dan volgens het kadaster al boomgaard en het bedrijf heeft ook percelen weiland, hooiland en bouwland. Jan en zijn echtgenote Cornelia Kok beheren het bedrijf, de weduwe met haar zoon Lourens Bouthoorn en diens vrouw Elizabeth Verkuil blijven, na de dood van Jan in 1842, op de boerderij tot 1867.
Dan komt, als eerste van het geslacht Kool, Jan Kool uit Maartensdijk met Maagje Oskam uit Harmelen er boeren. Na Jan komen zoon Teunis en kleinzoon Willem. Willem is ook bestuurslid van de polder Barwoutswaarder. Zijn dochter Dieuwertje en Jan Spek nemen als laatste van de familie Kool in 1956 de boerderij over.
In de vorige eeuw bestaat het bedrijf uit melkveehouderij met fruitteelt, legkippen en wat hokken mestvarkens. De eieren gingen naar de veiling in het Grauwe Paard in Nieuwerbrug en later naar die in Woerden.
Nadat zij de boerderij hebben overgenomen legt Dieuwertje zich toe op de kaasmakerij en is op de Woerdense kaasmarkt bekend om de eerste kwaliteit kazen van wel 24 kg. Jan is specialist in het fokken van beren die landelijk verkocht worden, daarnaast heeft hij veel bestuurlijke functies. In de eenentwintigste eeuw is de boomgaard gerooid, en is het alleen een melkveehouderij die wordt gedreven door een opvolger. In die laatste tijd zijn land en melkrechten bijgekocht van buren die gestopt zijn met hun bedrijf.

Nieuwe wegen belemmeren de bedrijfsvoering
De laatste anderhalve eeuw is er geknaagd aan het land van de boeren ten zuiden van de Rijn en daardoor aan hun bedrijfsvoering. In 1877 wordt de spoorlijn Utrecht-Leiden aangelegd en raken boeren een deel van hun land kwijt. Belangrijker nog: hun percelen zijn nu doorsneden door de spoordijk, waar ze met hun vee en vervoermiddelen over moeten. Dat kan naast ongemak ook gevaarlijke situaties veroorzaken. In 2011 moeten in principe de boerenoverpaden verdwenen zijn. Herinrichting van land zoals westelijker komt in Barwoutswaarder niet van de grond. Voor de oorlog wordt de A12 aangelegd en een halve eeuw later weer verbreed. In 2013 wordt de zuidelijke randweg naar Woerden aangelegd. Er moeten daardoor nieuwe toegangen tot de percelen komen aan de zuidkant.

Nog meer boerende Bouthoorns en Koolen
Er woonden nog meer Bouthoorns in de buurt op boerderijen: in 1832 woont de weduwe van Bastiaan Bouthoorn, Aaltje van Vuren, op de boerderij die nu nummer 83 heeft, zij woont daar later in bij haar dochter Maria die getrouwd is met Jan van der Mel. Geertruij Bouthoorn is in die periode getrouwd met Jacob den Hollander en zit even verder op een boerderij.
Anthonie Frederik Kool uit de tweede generatie boert rond 1900 ook in Barwoutswaarder. In de twintigste eeuw zit een naamgenoot en neef uit de derde generatie, en afkomstig van de boerderij, op het boerenbedrijf Korte Waarder 17, nu het Thomashuis. Hij is na de oorlog bestuurslid en later voorzitter van de polder Westeinde van Waarder. Zijn zoon Teunis Kool stopt daar met boeren en gaat elders verder.
 
Barwoutswaarder85 1946 Sp
Schilderij van Jac. Graafland uit 1946. Rechts de silo voor kuilgras met metalen draaikap. Wagen/veeschuur daar achter is nog in oude staat.
collektie Spek (uitsnede)

Barwoutswaarder85 1978 Sp
Mevrouw Spek maakt kaas.  1978. Collectie Spek.

Gebouw
Dit gemeentelijk monument is een nabij de weg gelegen langhuisboerderij met rieten zadeldak waarin mooie halfronde dakkapellen, zogenaamde olifantsogen, en ajourgesneden topgeveldecoratie dat dateert uit ongeveer 1898. Karakteristiek is de symmetrisch ingedeelde voorgevel met vier lichtgetoogde vensters met glas-in-lood bovenlichten op de begane grond en een bijzonder engelenvenster met accoladeboogvormige bovenlichten op de verdieping. De boerderij vormt in samenhang met het links naastgelegen zomerhuis en de hooiberg, een waardevol en karakteristiek onderdeel van de boerderijstrook langs de weg Barwoutswaarder in Bekenes. Het beeld wordt nog versterkt door de rechts naastgelegen, nagenoeg identieke, maar soberder uitgevoerde boerderij, Barwoutswaarder 87.

Barwoutswaarder85 2014
Barwoutswaarder 85 en 87. 2014
 

Laatst bijgewerkt op: 12-9-2014
 

sp001

Ramptoeristen bij de ontspoorde locomotief, 1902. Bron: Spoorwegmuseum

Hoe treurig het ook is dat een ijverig beambte, de hoofdconducteur J. Priem, jongste der in Utrecht gestationeerde treinchefs, hierbij het leven heeft gelaten, en dat drie mannen, de conducteur J.F. Hartman, de machinist Vermaak en een leerlingmachinist (stoker) allen min of meer ernstig, zij het niet levensgevaarlijk, gewond zijn, toch is het een gelukkig wonder dat er niet meer slachtoffers bij dit onheil te betreuren zijn. Want wie de ruïne gezien heeft en vernomen heeft wat er is gebeurd, staat versteld over de mechanische reuzenkrachten die hier, voor een ogenblik aan de tomen ontsprongen, dit vernielingswerk hebben aangericht.
De eerste trein uit Leiden naar Woerden moet te 6 uur 22 uit Bodegraven vertrekken en 4 minuten later de brug over de Dubbele Wiericke passeren, welke vrij druk bevaren water de verbinding tussen Rijn en IJssel vormt. De brugwachter woont met zijn gezin, en met een tweeden brugwachter, die dienst doet als de ander rust, in een huisje beneden aan de spoordijk aan de Rijnkant. Hij moet zorgen dat de brug voor de komst van de eerste trein dichtgedraaid is, is de brug gesloten, dan staat het sein vanzelf veilig, is zij open dan staat het onveilig. Uit het station Bodegraven wordt vooraf telegrafisch aan de brugwachter gevraagd of de brug dicht is, en de brugwachter moet daarop uit het blokhuis aan de overkant van zijn woning antwoorden, waarna de stationchef te Bodegraven of diens plaatsvervanger de trein laat vertrekken.
Maar gisterochtend had de brugwachter zich verslapen, naar hij verklaart, omdat zijn wekker niet is afgelopen. De telegrafische vraag of de weg veilig was bleef dus onbeantwoord. Toch liet men de trein uit Bodegraven vertrekken. De machinist reed in de mist en schemering door het onveilige sein, waarin geen licht brandde en toen gebeurde het onheil.
De brugopening tussen de hoofden over het water gemeten is zeven meter. Over deze afstand sprongen de machine met tender, een bagagewagen en twee derdeklasrijtuigen heen, een rijtuig eerste en tweede klasse zakte precies tussen de hoofden in en bleef daar, van achteren rusten op de buffers, boven het water hangen, de overige wagens bleven op de rails voor de brug staan.
De locomotief, losgebroken van de tender, stoomde nog een 100 m door en sloeg toen van de dijk waar zij ondersteboven kwam te liggen, met de wielen in de hoogte, vlammen en stoom uitblazende. Een 40 m daarvoor vlak tegenover het wachtershuis, maakte de tender een ommezwaai in de lucht en viel toen, met de voorkant naar achteren een eindweegs diep in het talud, de bagagewagen sprong daar bovenop, de brugwachterswoning dreigend te verpletteren en op gestopt tegen dit gevaarte schokten de 3e klas rijtuigen stil tot aan de assen in het zand dringend.
Verbijsterd schrok de brugwachter van het gedaver uit zijn bed, hij zag de reuze ruïne van verpletterd hout en ijzer zich hoog boven de vensters van zijn huisje verheffen, hij zag de felle vuurgloed, hoorde het gesis van stoom en water... ,,Ik dacht dat de wereld verging'', zei hij. Half gekleed vloog hij zijn woning uit, wilde om hulp seinen, maar het blokhuis aan de overkant was weggeslagen. En toen snelde hij door naar het station Woerden om de ramp te vertellen.
Inmiddels hadden de enkele reizigers zelf de portieren geopend en ongedeerd, een enkele met een schram, kwamen naar het brugwachtershuisje. Daar kwam weldra ook de gewonde machinist heengelopen. Hij was, hoewel hevige pijnen lijdend, volkomen bij zijn bewustzijn, maar hoe hij op de dijk geslingerd was, wist hij niet. Hij dacht dat de stoker en hij toen de machine van de tender was gebroken, daartussen in het zand waren gevallen.
De stoker lag daar nog, mede gewond. Maar men miste de hoofdconducteur en de conducteur. Zij werden gevonden in de saamgedrukte bagagewagen tussen de remkast gedrukt. De hoofdconducteur - vreselijk verminkt - bleek reeds overleden te zijn, de conducteur moest worden uitgezaagd.
Er waren behalve het treinpersoneel, slechts acht passagiers welke geen van allen gedeerd zijn. Maar wat allen een gelukkig wonder prezen was: zo weinig slachtoffers bij zo'n ramp! Als het morgens eens gebeurd was met de volle trein voor de Woerdense markt, met de wagens vol verlofgangers in verband met Kerstmis.
De gewonde conducteur werd naar Utrecht en de machinist en de stoker naar Leiden vervoerd. Heel spoedig kwam hulp opdagen, wegwerkers, politie, doctoren uit de aangrenzende gemeenten, die de gewonden in de brugwachterswoning verbonden. Weldra verschenen ook de burgemeesters van Waarder en Bodegraven. En na enige tijd kwamen treinen uit Utrecht met spoorwegautoriteiten, de officier van justitie , rechter-commissaris en substituut-griffier, het nodige personeel en werktuigen.
Verwonderlijk is het zo snel de mare van de ramp zich ver in de omtrek verspreid had. 's Morgens vroeg al en de hele middag door tot 's avonds kwamen de honderden op fietsen, met rijtuigen en tilburies of in rijen achter elkaar gemarcheerd. langs de drassige landwegen en over de Rijndijken uit Leiden, Utrecht en Gouda, waar haast geen voertuigen meer te krijgen waren. En de slappe weide aan de Wiericke waar ze allen overheen moesten om bij de brug te komen was door die honderden zo verweekt, dat de boeren erin vastzogen met hun klompen en de dames er tot over haar enkels in wegzakten.
Toch was het een gedrang van nieuwsgierigen langs de oever en aan het einde van hun verre tochten waren ze zo opgewekt te moede, alsof het een zomerse picknick gold. In Nieuwerbrug, in 't Grijze Paard ('t Grauwe Paard, nu De Florijn red.), had de waard van zijn leven zulke goede zaken niet gemaakt en hij kon niet laten 't telkens glunder te herhalen dat de een zijn dood toch de ander zijn brood is.

In het personenverkeer werd vrij spoedig voorzien. Met bewonderenswaardige snelheid werd naast het hangende rijtuig een houten voetbrug met leuningen over het water gelegd. Nu kwamen treinen uit Bodegraven en Woerden tot de plaats van het ongeluk door, de reizigers stapten over, bagage en postzakken werden gedragen en de treinen keerden terug, geduwd door de locomotieven. Op deze wijze behoefde geen enkele trein te worden opgeheven maar wel was de vertraging natuurlijk aanzienlijk. Het goederenverkeer was daarentegen de gehele dag gestaakt.Het terrein des onheils heeft vooral met de Kerstdagen veel belangstelling getrokken. Op 29 december lezen we: ,,De hulpbrug is gereed zodat de treinenloop thans weer ongehinderd kan geschieden"

Overgenomen uit Heemtijdinghen 8ste jaargang nr. 4 en 9de jaargang nummer 1

Lees meer op het net >>

sp006 Locomotief naast de spoordijk, voor de brugwachterswoningen.
sp005 Opruimploeg.
sp010 Pasagierswagon hangt boven de Wiericke.
sp004

Bouw van de noodbrug.

sp002 Noodbrug is klaar.
sp009
sp007
sp011

sp001 Ramptoeristen in het dorp.

Laatst bijgewerkt op: 28-08-2013

Bronnen:
-De Ingenieur 19e jaargang (1904) bladz. 47
-Heemtijdinghen 8ste jaargang nr. 4 en 9de jaargang nummer 1
-Spoorwegongevallen in Nederland 1839-1993, Haarlem, Schuijt & Co, 1993
-Verslag van de Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten 1902, bladz. 169;

Op het net:
Spoorlijn Leiden Woerden

geopend voor reizigers: 1 juli 1879 (als proef)
gesloten voor reizigers: 15 mei 1935 (officieel)

De halte Waarder is als proef geopend op 1 juli 1879. Er werd vergunning gevraagd om de dienst te laten mogen uitvoeren door een vrouw. De halte werd gesloten op 15 mei 1934 (officieel op 15 mei 1935). Het perron lag aan de noordzijde van het spoor. In 1894 werd aan de noordzijde bij de overweg (huidige Molendijk) een abri gebouwd, met kaartverkoop.
Woning 2 a-b stond ten zuidoosten van de overweg en werd in 1934 afgebroken; de abri ging in mei 1936 tegen de vlakte. In 1907 werd nabij wachtpost 1 bij de halte een houten wachthuisje gemaakt.
Betekenis heeft de halte onder meer gehad voor boeren in de omgeving die vrijdags en zaterdags naar de markten in resp. Leiden en Utrecht gingen.

2020 sept