ka004
Toen de Republiek de zeven verenigde Nederlanden in 1672 werd aangevallen door de Fransen, liet men delen van Holland en Utrecht onder water lopen, om zo de vijand te weren. Op zwakke plaatsen in deze verdediging werrden forten opgeworpen.
In Nieuwerbrug was de bevaarbare Rijn en haar hoge dijken een zwakke plek. Daarom werd een oud 
Fort Nieuwerbrug aan de Dubbele Wiericke opgeknapt. Aan de overkant van de Rijn bouwde men het kleinere Fort Pain et Vin, vernoemd naar de het hier gelegerde regiment en hun aanvoerder kolonel Mozes Pain et Vin. Het lag ongeveer op de plaats waar nu de Bethlehemkerk staat.
Maar in de winter kwamen de Fransen over het ijs toch voorbij Nieuwerbrug. Toen Pain et Vin zag, dat ze Bodegraven in de brand hadden gestoken, vluchtte hij. De forten en ons dorp konden toen tot de grond toe worden afgebrand.
Nadat de Fransen waren verslagen, liet stadhouder Prins Willen III het huidige Fort Wierickerschans bouwen, als vervanging van de twee verwoeste forten.
De grachten van Fort Nieuwerbrug zijn pas in de jaren 50 dichtgegooid. tot die tijd werden ze door de houthandel gebruikt om bomen te wateren.

 
vo008
Vanaf de Tachtig jarige oorlog lagen er in Nieuwerbrug twee forten om de Spanjaarden tegen te houden. Fort Nieuwerbrug, en fort Pain et Vin.  Tijdens het rampjaar in 1672 kwam daar ook fort Wiericke (nu Fort Wierickerschans) bij. In dat jaar werd er rond die forten geschoten met musketten en kanonnen.
In de 18e eeuw kwam Napoleon naar Nederland. Hij verhardde de lage Rijndijk (De Bree, Rietveld en Weijland) met zand uit Nieuwerbrugse zandgaten.
In Nieuwerbrug is ook een pistool uit die tijd gevonden. Deze kogels werden zeer waarschijnlijk door of tegen de Fransen gebruikt.

Al zijn de kogels erg groot, toch was het moeilijk om er iemand mee te raken. Het verhaal uit de 17e eeuw gaat, dat je pas met een musket moest schieten, als je de kleur van de ogen van je vijand kon zien.

ka004
De forten Pain et Vin en Nieuwerbrug.
vo010
Deze evenaar werd gebruikt om kaas te wegen. De meeste kaasmakende boeren hadden een eigen evenaar om de kaas te wegen, voor ze naar de markt gingen.
Deze evenaar komt uit de Rijntochte, de boerderij met de grote vijver aan de Weijpoort.
In het Kaasmuseum in Bodegraven hangt een grotere evenaar die zeer waarschijnlijk van de zelfde smid is. Dit is te zien aan het handschrift van het jaartal en het afgebeelde hartje. De evenaar uit het museum is van een latere datum.
vo010d1 k
Jaartal 1659


vo010d2 k
Het zelfde hartje als dat op de evenaar in het Kaasmuseum te Bodegraven.

vo035 kvo035 m
Deze zilveren munt is gevonden langs het Jaagpad ter hoogte van de Hossebrug.
Hij is in 1633 geslagen in Antwerpen, dat toen in de Spaanse provincie Braband lag. Ook Holland viel toen onder Philips IV. De munt was dus in Nieuwerbrug ook een wettig betaalmiddel.

Kop
De buste van Philips IV met brede kraag. Het jaartal is gescheiden door een handje.
Tekst: PHIL.IIII.D.G.HISP.ET.INDIAR.REX. 

Munt
Koninklijk wapenschild gedragen door twee leeuwen, juweel van de Orde v.h. Gulden Vlies.
Tekst:  CAR.ARCHID.AVST.DV.X.BVRG.BRAB.ZC.

 
Roemers (wijnglas), 1600-1650
vo006
Dit fragment van een roemer is gevonden binnen de grachten van het Hof te Waarder. Hieraan kan men de welvaart van de Johaniter Orde, die deze commanderij bezat, aflezen.

Een roemer is een wijnglas, in het bijzonder voor witte wijn, met een bolle kelk en een brede, holle stam die van noppen is voorzien. De afwerking van de noppen kon per glas verschillen: vaak zijn ze gestempeld in een braamvormig motiefje of uitgetrokken in een puntje, een doornnopje. Ook zijn ze vaak in de vorm van druiven uitgevoerd. Meestal is de roemer groen van kleur.
De noppen dienden ter versiering, maar hadden ook een heel praktisch doel: ook met vette vingers glijdt het glas niet uit je handen. Zeker nuttig in de 17de eeuw, toen bestek nog niet zo gangbaar was.
De naam is afkomstig van het duitse woord Römer, dat Romein betekent. Andere lezingen zijn dat de naam afkomstig is van het Nederrijnse woord römmen, dat bluffen betekent.
De roemer heeft zich vanaf circa 1500 in Duitsland uit de berkemeyer, het 15de eeuwse noppenglas, ontwikkeld en werd oorspronkelijk uit bosglas vervaardigd. De oorspronkelijk smalle bovenrand ontwikkelde zich tot een hoge ronde of eivormige cuppa waardoor een glas ontstond met een op een gesponnen voet rustende, holle stam die met punt- of braamnoppen is bezet, en met een omgelegde ring de cuppa draagt.
De noppen op de stam van een roemer ontstonden door kleine hoeveelheden gesmolten glas op de stam te druppelen. Ze konden op verschillende manieren worden afgewerkt.
Het glas was populair in Duitsland en de Nederlanden. Tot in de huidige tijd worden roemers geproduceerd. We kennen de roemer vooral uit de 17e eeuw, waar ze een statussymbool was dat ook vele schilderijen sierde.

 
vo006 voorbeeld2Voorbeelden van twee soorten roemers

vo006 voorbeeld1
Voorbeeld van roemers in een stilleven.
Willem Claesz Heda, 1635

Jacobakannetje, na 1500
vo003
Dit is het onderste deel van een zeer klein, geglazuurd Jacobakannetje met golfvoet. De hals en het oor ontbreken. 

Dit kannetje is gevonden door Frits Klaster op het voormalige land van de Hof te Waarder, op de hoek van de Molendijk en de Korte Waarder. De commandeur van de Johanniter orde, of zijn personeel hebben hier waarschijnlijk uit gedronken.

De naam van dit draaischijfaardewerk is ontleend aan een 17de-eeuwse opgraving, waarbij men in de slotgracht van het Duitse kasteel Teylingen een groot aantal van deze kannetjes vond. Sindsdien doet het verhaal de ronde dat gravin Jacoba van Beieren (1401-1436), die haar laatste levensjaren doorbracht op het kasteel, uit verveling vele van deze kannetjes draaide. Vervolgens zou ze die dan uit het raam in de slotgracht gegooid hebben, wat zou verklaren waarom er juist daar zoveel kannetjes teruggevonden zijn.
ka001d2 k
Hoff te Waerder op kaart van groot Waterschap van Woerden rond 1670.

vo003 voorbeeld1 voorbeeld van een Jacobakannetje
Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2013

bronnen:
www.geheugenvannederland.nl
Frits Klaster, vinder
P.F.A. van Grinsven (AWN)

vo031bvo031a

"Herkent u dit bord? In 2012 waren twee mannen bij de Brugkerk met een elektromagneet aan het vissen. Naast andere metalen haalden zij dit bord op. Met afbeeldingen van Ster Tabak en Niemeijer’s Kofie en Thee. Na diep nadenken en veel overleg, kwamen wij tot de conclusie dat dit bord komt uit het fietsenrek van kruidenier Japie Streefland. Streefland, in de volksmond “Pikkie Noga” genoemd woonde op de Hoge Rijndijk tussen kolenboer Jaap de Vos en slager Gert de Vlieg .
Japie was een bijzonder mens. Eens kocht hij een driewieler brommer met een bakje om boodschappen te bezorgen. Ging oefenen op het terrein van Van der Steen, bij de Put. Een groot terrein met één paal in het midden. Ja, juist, het lukte Japie om de paal toch te raken.
Een andere bezienswaardigheid was de reis naar Zegveld. Het deksel werd van de bak geschroefd en een stoel met armleuningen er in gezet. Zijn vrouw, met een touwtje om haar hoed, werd er in gehesen en zo vertrok het edele stel.
Maar ja, het was ongeveer 1958."

Henk Aberson, Nieuwsbrug oktober 2012

 
Weersverwachting
Nieuwerbrug
Weeronline.nl - Meer weer in Nieuwerbrug weeronline.nl Altijd jouw weer