Rb: 10 oktober 1955

Ten oosten van het dorp Nieuwerbrug heeft aan de noordkant van de Rijn lange tijd een korenmolen gestaan, die in 1865 in brand vloog. De restanten van de molen bleven nog lange tijd nagloeien, waarbij het geheel als een spijker zo recht midden in het landschap stond.
De bijnaam "gloeiende spijker" of "de spijker" bleef lange tijd in de volksmond bekend. Het café dat er nu staat is ernaar genoemd. In 1955 besloot de gemeenteraad van Rietveld deze naam officieel te maken. Na de gemeentelijke herindeling van 1964 behield de straat haar naam.

  • IMG_6259
  • IMG_6261

Rb: 26 januari 1995?

Door de aanleg van de spoorlijn Leiden-Utrecht, werden een aantal boerderijen afgesneden van hun land. Men moest daarna met het vee over het spoor heen. Toen men dit niet meer toelaatbaar vond, heeft men besloten een aantal boerderijen aan de andere kant van het spoor te bouwen.
Eén van de nieuwe ontsluitingswegen naar de nieuw gebouwde en bestaande boerderijen werd over een middeleeuwse kade. Deze draagt al eeuwen lang de naam Endelkade.

  • IMG_3850
  • IMG_3851

29 december 1939

Pieter Jonker Brunt was steenfabrikant in Rietveld (gelegen tussen Nieuwerbrug en Woerden). Van 1909 tot 1919 maakte hij deel uit van de gemeenteraad in Rietveld, waarvan de laatste twee jaren als wethouder. Vanaf 1919 tot eind 1939 was hij burgemeester van Barwoutswaarder, Waarder en Rietveld. Hij was overigens niet alleen actief in de gemeentepolitiek. Van 1908 tot 1935 was hij lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland voor de CHU. In 1933 werd hij benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau. Op 7 september 1953 overleed hij. De naam Burgemeester Bruntstraat is als eerbetoon aan burgemeester Brunt tijdens de laatste raadsvergadering, die hij voorzat, toegekend aan de straat.

  • IMG_6056
  • brn001
  • bruntstraat

Rb: 9 december 1975

Graaf Albrecht van Beieren leefde van 1336 tot 1404. In 1358 werd hij ruwaard (regent) van Holland, omdat zijn broer Willem V krankzinnig was. Na diens dood in 1389 werd hij graaf van Holland. Hij trouwde in 1353 met Margaretha van Silezië, en in 1394 met Margaretha van Cleve.

In het uitbreidingsplan Dubbele Wiericke was één rondweg en drie aftakkende zijwegen gepland. Een eerste suggestie was, om aansluitend aan andere straatnamen in Nieuwerbrug nu ook namen van Hollandse graven toe te kennen. Omdat er in Holland verschillende graven zijn geweest met de naam Dirk, was een eerste simpel (maar toch wel serieus) voorstel, om de hoofdstraat te noemen Graaf Dirk I straat, en de drie zijstraten de Graaf Dirk II straat t/m Graaf Dirk IV straat. Gelukkig is men verstandig geweest en heeft men 4 verschillende namen gekozen. Dat daarbij de emancipatie ook toesloeg blijkt wel uit de wens om niet alleen mannelijke graven te vernoemen, maar ook vrouwelijke personen.

  • IMG_6020
  • IMG_6021
  • IMG_6047
  • IMG_6145

Rb: 28 juni 1962, 3 september 1964
Adolf van Nassau, broer van Lodewijk van Nassau en van Willem de Zwijger. Hij leefde van 1540 tot 1568. Samen met zijn broer Lodewijk (zie bij Graaf Lodewijkstraat) was hij betrokken bij de slag bij Heiligerlee, waarbij Adolf tijdens de verdediging te ver in de vijandelijke linies kwam, en het leven liet.

Tot 1964 (gemeentelijke herindeling) had de straat de naam Nassaustraat. Deze naam werd door de toenmalige gemeente Barwoutswaarder (waarin deze straat was gelegen) in 1962 toegekend bij de uitvoering van het uitbreidingsplan Nieuwerbrug. De naam Nassau werd daarbij gekozen naar aanleiding van de naam van het koninklijk huis. Een verzoek van een raadslid om in 1962 aan te sluiten bij burgemeestersnamen van Nieuwerbrug (vergelijk de burg. Bruntstraat) haalde geen meerderheid in de raad. In 1964, bij de herindeling moest de straatnaam veranderen, omdat er in het dorp Bodegraven ook een Nassaustraat was. Gekozen werd voor de naam van graaf Adolf.

  • IMG_6073

bedrijvigheid melkfabriek
Melkfabriek van Nieuwerbrug met personeel en aandeelhouders,1925 Collectie Gijs Boer

Klein maar fijn
Tot het begin van de twintigste eeuw is Nieuwerbrug een gebied van boeren, werkmannen, ambachtslieden en handelaars. De arbeiders zijn meestal veldarbeiders, maar werken ook in de steenbakkerij in Bekenes. De middenstand en ambachtelijke sector bestaat onder andere uit timmermannen, klompenmakers, smeden, schilders, schoenmakers, broodbakkers, wagenmakers en kleermakers.

Boeren
De akkerbouw is nauwelijks van betekenis, van de bodem wordt het grootste deel als weide- en hooiland gebruikt. Een veel kleiner gedeelte wordt benut als boomgaarden en tuinen, waarvan een gedeelte van de opbrengst wordt verkocht aan plaatselijke handelaren en winkeliers. De boeren zijn vooral melkveehouders die hun bedrijf runnen met de hulp van daggelders, knechten en meiden. De melk wordt door de boeren zelf verwerkt tot kaas en boter, dat verkocht wordt aan particulieren of winkeliers en op de week- en kaasmarkten. Later wordt de melk ook aangeboden aan de melkfabrieken in Woerden en Bodegraven.

Kleinschalige nijverheid
De nijverheid is kleinschalig. Men heeft niet veel, of helemaal geen personeel. Soms heeft men als nevenactiviteit een herberg of winkel in (kruideniers)waren, een bezigheid die vaak door de echtgenoten van de ambachtslieden wordt verricht. De werkopdrachten, waaronder reparatiewerk, komen meestal uit de directe omgeving en de productie is naar plaatselijke behoefte. De bakkers hebben meestal een knecht, die bij hen inwoont en soms een leerjongen. De leerjongen moet vaak het brood uitventen en gaat met een bakfiets of kar de deuren langs.

De materialen en grondstoffen (zoals hout, stenen en meel) worden veelal gehaald uit de omgeving of bij tussenpersonen. Veel van het vervoer van materialen en vee geschiedt over het water van de Oude Rijn met trekschuiten, stoom- en motorboten,  onder andere door een aantal Nieuwerbrugse schippers. Door de kleinschaligheid wordt er door de ambachtslieden niet veel winst gemaakt en kan er ook niet veel geïnvesteerd worden.

bedrijvigheid Bosman
Vader en zoon Leen Bosman bij hun bedrijf, 1923 Collectie Cees Brouwer

Van klein naar groot
Vanaf 1900 komt er in de loop van jaren een verandering in de bedrijvigheid in Nieuwerbrug op gang. De dan al gevestigde metselaar J. Versloot begint met een aannemerij, naast het al bestaande klantenwerk. Metselwerk wordt gecombineerd met timmerwerk en in de jaren dertig wordt het bedrijf een volwaardig aannemingsbedrijf. Verdere mechanisatie maakt meer en grotere opdrachten mogelijk en daarmede ook gestage uitbreiding van het personeel. Eind jaren tachtig is het bedrijf gefuseerd en verdwijnt het uit Nieuwerbrug. Op het terrein aan De Bree is sindsdien Boer Nieuwerbrug B.V. gevestigd, een bedrijf dat al sinds 1931 in Nieuwerbrug bestaat en veel in het dorp heeft gebouwd.

Meegroeien met de tijd
De verandering van bedrijvigheid is ook in andere bedrijfstakken zichtbaar. Zeker in de periode na de tweede wereldoorlog, wanneer er sprake is van wederopbouw, ontstaat er veel werk in de woningbouw. Er wordt niet alleen nieuwbouw gepleegd, maar ook renovatie en aanpassingen aan de eisen der tijd verricht. Daardoor breiden bijvoorbeeld de smeden hun werkzaamheden uit met installatiewerk en constructiewerk. Door de groeiende vraag in de bouw komen er steeds meer bouwgerelateerde bedrijven in Nieuwerbrug en ontstaat er ook concurrentie. Aanvankelijk blijft er ook ruimte voor ambachtslieden die kleinschalig werk verrichten. Later moeten deze alsnog het hoofd buigen en verdwijnen ze langzaam maar zeker uit het straatbeeld.

Mechanisatie
De opkomende mechanisatie in de landbouw zorgt voor een verschuiving van arbeidskrachten. De boerenknechten en daggelders verlaten het boerenerf en vinden onder andere werk in de bouw. Het vervoer over water krijgt steeds meer concurrentie van transport over de weg. Daarom wordt de rijtuig- en wagenmaker Leen Bosman later garagehouder en vindt verbreding van de Rijksstraatweg plaats (aan de noordzijde van de Oude Rijn).

bedrijvigheid VanDam
Maalderij en houtzagerij P. van Dam en Zonen, Weijland, Nieuwerbrug, 1916 Collectie Cees Brouwer

Stoere mannen gevraagd
 “RIETVELD- Naar wij vernemen zal de heer A. Winterswijk alhier binnenkort zijn bedrijf uitbreiden met een houtzagerij. Het is te verwachten, dat in dit bedrijf weer enkele werkloozen kunnen worden opgenomen”, schreef Het Weekblad op 15 juli 1939.

Werkgelegenheid
De afgelopen eeuwen zie je in Nieuwerbrug vooral veel kleine familiebedrijven. Hoewel op het eind van de negentiende eeuw de kinderarbeid is afgeschaft, zijn er ook daarna nog veel meewerkende kinderen en vrouwen. De vader is vaak de kostwinner. De schipper, rietdekker, bakker, smid of timmerman werkt samen met zijn gezinsleden, soms met een leerjongen of een knecht of meid.  Die werken er vaak korte perioden, ook op de boerderij en in het huishouden en zijn soms bij hun werkgever in de kost. Alleen de timmerman en metselaar hebben soms meerdere knechten, zeker bij de bouw van huizen of boerderijen. Bij schaarste aan arbeidskrachten krijgt het extra personeel in plaats van vijftien cent, wel twintig cent of meer per uur! Afhankelijk van het seizoen werken ze zes dagen per week, tien tot twaalf uur per dag.

Komen en gaan
Bedrijven komen, veranderen en gaan ook weer. Beroepen als wagenmaker, klompenmaker en kuiper zijn niet meer in Nieuwerbrug te vinden. Alle zes bakkers verdwijnen uit het dorp en zo ook bijna alle winkels. De huidige bedrijven zijn verschillend van grootte en hebben veelal met (wegen)bouw, metaal en techniek te maken. Daarnaast zijn er (weer) opvallend veel inwoners die een eigen bedrijf hebben, vaak als ZZP-er. Het personeel van de bedrijven heeft nu soms een flexibel contract, is steeds meer en hoger geschoold en verdient nu zeker meer dan vijftien cent per uur. Het meeste productiewerk wordt nog steeds gedaan door “stoere mannen”, maar veel vrouwen en mannen werken nu juist ook buiten het dorp.

vo004
Deze vetvanger is gevonden binnen de grachten van het Hof te Waarder. Waarschijnlijk zijn er meer onderdelen gevonden, die uiteindelijk de puzzel meer compleet zullen maken. Links onder ziet u het gleufje om het vet uit te schenken.

Een vetvanger is een lage, langwerpige bak die onder het spit werd gezet en diende om het vet dat bij het roosteren uit het vlees droop, op te vangen.
Het opgevangen vet kon bij en na het roosteren over het vlees worden uitgegoten. Met behulp van een haak kon de bak aan het oog worden opgetild waardoor het vet een hoek instroomde. Met een lepel kon het er zodoende gemakkelijk worden uitgeschept. Ook kon de vetvanger met behulp van de ogen goed ten opzichte van het vuur en braadspit worden gepositioneerd. De vetvanger komt vanaf de 13e eeuw voor. De omvang neemt in de loop van de tijd toe, terwijl de vorm meer rechthoekig wordt. Met de opkomst van zijn lichtere metalen soortgenoot verdwijnt de zware vetvanger van aardewerk in de loop van de 16e/17e eeuw van het toneel.
De vetvanger kwam in onze regio alleen in huishoudens van welgestelde personen voor. Dit duid er weer op dat de commandeur op de Hof van Waarder een goed leven had.

ka001d2 k

Hoff te Waerder op kaart van groot Waterschap van Woerden rond 1670.

vo004 voorbeeld1

Voorbeeld van een vetvanger

bronnen:
www.geschiedenisvanvlaardingen.nl
P.F.A. van Grinsven (AWN
)

vo011
Dit is een fragment van een middeleeuwse kruik, afkomstig uit Duitsland. Hij is voor 1400 bij het Hof van Waarder terecht gekomen.

ka001d2 k

Hoff te Waerder op kaart van groot Waterschap van Woerden rond 1670.

vo030
Dit 17e eeuws walvisschouderblad diende als uithangbord van een herberg in Barwoutswaarder. Op het bord staat een wapen en de tekst “In den Prins van Oranje”
Het is niet bekend of deze herberg ook werkelijk binnen de grenzen van de Brandschouwerij Nieuwerbrug hebben gelegen.
Het is te zien in het Stadsmuseum van Woerden.

 

2020 aug