Buitenland MvdB 2011
Boerderij Buitenland, Korte Waarder 19-21. 2011

Jeanine Schreuders en Norbert van Doorn hebben de boerderij sinds hun komst in 2004 grotendeels gerestaureerd en in gebruik genomen als woonboerderij. De huisstal is getransformeerd tot eetlokaal, waar o.a. boerderijaanschuifdiners en diners en lunches voor besloten groepen worden georganiseerd. Ook het koetshuis en het zomerhuis , dat in zeer slechte staat was, zijn gerestaureerd. Bijzonder: Boerderij BuitenLand is tevens een officiële trouwlocatie van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Zie voor meer informatie www.boerderijbuitenland.nl.

Geschiedenis gebruik en bewoning.
De boerderij werd omstreeks 1870 gebouwd in opdracht van de familie Brunt, die in die tijd veel boerderijen en grond bezat in Nieuwerbrug. In 1920 werd het boerenbedrijf aangekocht door de familie Karens, die oorspronkelijk uit Zoeterwoude kwam. Er woonden vier generaties Karens: eerst grootvader Martien, vervolgens Cornelis Jakob en vervolgens Jan Karens met kinderen. De oorspronkelijke grootte van de melkveehouderij was ca. 18 ha. Er werd kaas gemaakt voor de Bodegraafse en Woerdense kaasmarkt en er werden ook varkens en kippen gehouden.
Na de landinrichting Driebruggen-noord verhuisde de familie Karens naar de Molendijkerdwarsweg, tussen de spoorlijn en de Rijksweg A12, waar inmiddels zoon Chiel de boerderij runt. Na de verhuizing van de familie Karens in 1994 werd de boerderij circa 8 jaar bewoond door huisarts Tichelaar, die met zijn gezin in het hoofdgebouw ging wonen en in het koetshuis zijn apotheekhoudende praktijk vestigde. In die tijd zijn veel van de modernere stallen en bijgebouwen gesloopt.  Na vertrek van  dokter Tichelaar is de praktijk overgenomen door huisarts Borreman en heeft het hoofdgebouw twee jaar leeg gestaan, die is toen aangekocht door de huidige bewoners.

Gebouw.
Deze boerderij is er een van het langhuistype. Het hoofdgebouw (winterhuis) op nummer 19 wordt aan de linkerkant geflankeerd door een koetshuis, op nummer 21. Rechts van het hoofdgebouw staat een gerestaureerd zomerhuis. De boerderij heeft een symmetrische voorgevel van vijf traveeën.
De toegangsdeur heeft een houten omlijsting met een kroonlijst, rustend op consoles en heeft gietijzeren sierpanelen. In de rechter  zijgevel bevindt zich de kaaskelder met opkamer. De gevels zijn van rode baksteen, in kruisverband gemetseld. De plinten zijn gepleisterd. De vier schuifvensters zijn voorzien van zonneblinden, zogenoemde persiennes. Boven de vensters zijn gemetselde segmentbogen aangebracht, met een versierde sluitsteen. Deze sluitstenen komen ook terug in het koetshuis en het zomerhuis. In het stalgedeelte van het hoofdgebouw en in de zijgevels van koetshuis en zomerhuis bevinden zich gietijzeren stalramen. Het zomerhuis heeft een roosvenster boven de twee schuiframen. Het hoofdgebouw heeft een rieten kap met kunstig gesneden makelaar en windveren. Windveren en makelaars komen ook terug in het zomerhuis en koetshuis. Er is een samenhang in de detaillering van de afzonderlijke gebouwen. Achter het koetshuis staat een hooiberg met drie ijzeren roeden.
Het geheel van gebouwen en erf is erkend als gemeentelijk monument, omdat sprake is van een karakteristiek en gaaf voorbeeld van regionale boerderij-architectuur met samenhang in de detaillering van de afzonderlijke gebouwen.

Tussen deze boerderij en die van nummer 17 bevindt zich een groenstrook met een historisch boomgaardje. Omstreeks 2007 is hier archeologisch onderzoek gedaan en is er een verharde laag aangetroffen. Hier zijn toen sporen van de Limes, de noordelijkste grens van het Romeinse Rijk gevonden.

Buitenland Bu 5

In vervlogen tijden

buitenland PvdB 01 2012 buitenland PvdB 02 2012

Trouwlocatie onder hooikap. 2012 Achtergevel huisstal. 2012

Buitenland Bu 02 Buitenland Bu 03

Aanschuifdiner

Buitenland Be 1968

Links tegen wagenschuur tijdelijke, houten woning van schooljuf. 1968 collectie Bekkering

Buitenland Bu 01 Buitenland Bu 04

Buitenland Ka buitenland logo

Wie het kleine niet eert...

Hoge Rijndijk8 MvdB 2013
Wie het kleine Hoge Rijndijk 8 is gemeentelijk monument. 2013

Dit lieflijke oude huisje met een rieten kap aan het begin van de Hoge Rijndijk met de naam “Wie het kleine niet eert…” lijkt op een boerderijtje, maar is altijd een woning geweest. Oudere Nieuwerbruggers kennen het waarschijnlijk als het huis van Jacob de Vos en Marrigje Kloosterziel die daar in de naast en achtergelegen schuren hun bedrijf hadden in brandstoffen, aardappelen en zaden. Sinds 2005 bestaat het uit twee woningen en draagt het voorhuis deze naam.

Geschiedenis gebruik en bewoning
Als stenen spreken kunnen zouden ze heel wat te vertellen hebben over deze plek, in ieder geval over bouwen, slopen en verbouwen. In 1713, drie eeuwen geleden, stond er hier al een “huysinge en erve” met bepalingen in de verkoop akte over het snoeien van takken en rapen van vruchten. De kopers waren schoolmeester en meester chirurgijn Guilliam van Spaar en zijn broer Hendrik, die schoenmaker was. Er mochten tevens volgens die akte op het erf “geene kuypen van schoenmaeckers” gezet worden. In 1730 was de koper een rietdekker, mogelijk woonden er in die tijd regelmatig ambachtslieden in het huis, of waren zij de huisbazen. In 1781 kocht Thomas Glas een huis met loods, toen hij het verkocht was het ingericht tot drie  woningen onder een kap. Dat bleef zo tot 1920, met toen ook op de zolders bedsteden en alkoven. Volgens de gegevens van het bevolkingsregister woonden er vanaf 1815 arbeiders en handwerkslieden, vooral klompenmakers(knechten).
In 1914 kocht schipper Jacobus Kloosterziel vijf arbeiderswoningen met loods en grond te Barwoutswaarder en Waarder. Het complex lag op de grens van die gemeenten. Het huis, met achterliggende drie huisjes lag in Barwoutswaarder, die huisjes werden in 1914 afgebroken en er werd een schuur gebouwd. Schepen met turven uit Drenthe of Vinkeveen konden zo vanuit de Rijn in de schuur lossen. De loods links lag in Waarder en werd in 1924 vervangen door een grote schuur. Jacobus en later zijn dochter Marrigje dreven er van toen af een handel in brandstoffen en zaden. Ze gebruikten een kruiwagen en later een bakfiets om overal te kunnen komen. Deze laatste heeft na een carrière in de oud papier actie voor de kerk een plek gevonden in het museum in Reeuwijk. In 1969 beëindigden Marrigje en haar man Jacob de Vos hun bedrijf. Een bergje steenkool ligt in 2014 als overblijfsel uit het verleden nog bij buurman Van Vliet op het erf.

Gebouw
Het huis is een gemeentelijk monument en karakteristiek voor de achttiende eeuw. Het stamt uit het einde van de achttiende en begin negentiende eeuw. In 2005 zijn de nabijgelegen geteerde schuren uit het begin van de twintigste eeuw gesloopt en zijn er daar drie nieuwe woningen, min of meer in de stijl van de oude loodsen, gebouwd. Het huis is tot twee appartementen verbouwd.
De gevels zijn uitgevoerd in verschillende soorten rode baksteen, met boerenvlechtwerk aan de voorkant. De schuiframen hebben roeden en luiken. Het rieten zadeldak heeft een wolfseind voor en achter. Rondom zijn er gestucte plinten, na de verbouwing is de linker zijgevel helemaal opnieuw gestuct en zijn de muurankers, naar zeggen uit zeventiende en achttiende eeuw, daar niet meer zichtbaar. In het voortuintje staat nog steeds een perenboom.

 

HoogeRijndijk8 GB 043Brandstoffenhandel De Vos
Collectie Gijs Boer

2000 HoogeRijndijk8 RCE 01

Houten droogloods naast de woning. 2000
Collectie Rijksdienst voor het cultureel Erfgoed

HogeRijndijk8 CB 2002

Voor de verbouwing. 2002
Collectie Cees Brouwer

HoogeRijndijk8 bakfiets

Bakfiets bij de houten schuur

HoogeRijndijk8 bakfiets museum

Bakfiets in de Oudheidkamer te reeuwijk. 2012

Tot zeker 1887 werd de Molendijk de 'Papendijk' genoemd.
De Molendijk lag vanouds in de gemeente Waarder. De dijk dankt zijn naam aan de poldermolen van de polder Westeinde van Waarder, die halverwege deze dijk heeft gestaan totdat hij in 1881 vervangen werd door het, inmiddels ook al verdwenen gemaal "Knijff" (gesloopt in 1976). In 1964 is bij de gemeentelijke herindeling de straat in de gemeente Bodegraven gekomen.

  • IMG_6095
  • IMG_6104

ko004d
Pentekening P.J. van Liender, Hof te Waarder als herenboerderij, 1753.

Wat verbindt de kruistochten met Nieuwerbrug? Johannieters! Een kloosterorde, ontstaan tijdens de kruistochten, die ook na die tijd bleef bestaan. Ze hadden overal in Europa “commanderijen”, versterkte boerderijen en één ervan stond op de hoek van de Korte Waarder en de Molendijk. Lag in de kapel van deze Hof van Waarder de oorsprong van de Nieuwerbrugger 'Kapelmeesters'? De Hof werd in de 17e eeuw een herenboerderij, zoals zo vele in de polders rond Nieuwerbrug. Een oude kaart, een archiefstuk, het landschap, een straatnaam in Waarder… de herinnering blijft.

Uit 'Nieuwerbrug. Een klein dorpje met eigenzinnige mensen'.

 

ko003 k

Boerderij met woonhuis in 2011.

ka001d2 k ka001d k

Kaart uit 1670.

 

 

fl005d
Kapel bij Rijn (links/vertikaalen) en Dubbele Wiericke (onder/horizontaal)  collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, 1578 (detail).

In de kern van Nieuwerbrug, op de plaats waar later de dorpsschool stond, heeft vóór de Reformatie een kapel gestaan. Die werd niet gesticht door de ijverige Johannieters van de Hof van Waarder, maar eerder door werk zoekende geestelijken. Toen de hervorming in deze regio de katholieke geestelijkheid zijn goederen ontnam werd de kapel overgedragen aan de Kapelmeesters en ze gebruikten hem als school. Zij waren met de Bruggemeesters dé bestuurders van de Republiek aan den Rijn: geen schoolmeester werd benoemd, geen vuil werd opgehaald en geen brandspuit werd onderhouden zonder hun inspanningen.

 

fl006 Oude school, 1974.

fl002

Huidige situatie, 2011.

vo005
Handbrandspuit uit 1888 op de tentoonstelling 'Daar komt de brandweer' in de Oudheidkamer te Reeuwijk. foto: Michiel van de Burgt

In de Nieuwerbrugse brandweergarage, beheerd door het College van bruggemeesters, stonden lange tijd twee handspuiten. Voor alle gezinshoofden van Nieuwerbrug bestonden gebruiksinstructies.  Wanneer de spuiten een jaar lang niet gebruikt werden, dan moesten ze getest worden. ‘Spuit-proberen’.
De hefbomen van deze spuit werden door acht man bediend. Op het onderstel staat aangegeven met welke kant hij bij het water moet staan, omdat vanaf daar de slang met rieten zeef het water oppompt.
Dit gebeurde nog tot 1939.
In 1971 probeerde het college van Bruggemeesters de Tolbrug, de brugwachterswoning, de Onafhankelijkheidstoren en het brandspuithuis te verkopen. Omdat dit niet was gelukt, zaten ze in geldnood. Overig bezit werd daarom verkocht.
De andere brandspuit was al voor 500 gulden verkocht. Nu was ook deze brandspuit te koop.
De gemeenschap wilde graag dat de brandspuit binnen het dorp bleef. Hij had nog op geen enkele Nieuwerbrugse optocht ontbroken.
Heck Fioole uit Nieuwerbrug en H. Koetsier uit Woerden hadden interesse.
Dan krijgt kapper Gerrit Brouwer  van autohandelaar Jan Wagensveld 1900 gulden om de handbrandspuit te kopen. Wanneer het college zou weten dat Wagensveld er achter zat, dan was de prijs waarschijnlijk omhoog gegaan.
Maar omdat Brouwer al de derde koper was, steeg de prijs toch al van 1000 naar 1500 gulden. Ook P. Hordijk, de eigenaar van ’t Grauwe Paard , zag wel iets in de antieke brandspuit. Hij wilde in café ‘De Tol’ (De Bruggemeester) een soort openluchtmuseum maken, met daarin de brandspuit.
Wanneer de prijs wordt opgedreven tot 2000 gulden, mag Gerrit Brouwer hem voor 1900 gulden meenemen.
Ook al woont de heer Brouwer naast de brandweergarage, de brandspuit wordt zolang opgeslagen in een boerenschuur.
Op een gegeven moment moest die schuur leeg. De heer Van Eijk uit Reeuwijk heeft de gehele inhoud toen meegenomen, inclusief de brandspuit. Deze staat nu in het bedrijfspand van H.I.G. te Bodegraven.
In 2012 was onze brandspuit het pronkstuk op de tentoonstelling 'Daar komt de brandweer' in de Oudheidkamer in Reeuwijk.
Daar bleek dat brandspuit tussen het verblijf in het brandspuithuis in Nieuwerbrug en het bedrijfspand uit elkaar gehaald. Daarna is hij niet goed in elkaar gezet. Op de zwart-witfoto ziet u dat de draagplank laag bij de grond hangt, onder de wielas. Op de kleurenfoto van tijdens de tentoonstelling , hangt de draagplank hoog boven de grond, boven de wielas. Bij de andere drie brandspuiten hingen deze ook laag, net als de Nieuwerbrugse vroeger. Ook is het geheel opnieuw beschilderd. Een emmer die oorspronkelijk bij de brandspuit hoorde, is nog in de laatst gebruikte beschildering in het bezit van Cees Brouwer.
Naar de leeftijd van de brandspuit moet nog eens goed onderzoek worden gedaan. 
Gerrit Brouwer beweert in 1972 dat hij in 1889 door Nieuwerbrug is gekocht. Bruggemeester Ellis van Eck zegt daarop dat hij uit 1905 komt. 
In het boek ‘Nieuwerbrug aan de Rijn. Ons dorp’ wordt het jaartal 1785 veelvuldig genoemd. Onderandere in de titel. Maar de andere jaartallen worden ook genoemd. Wordt vervolgd.

fl001

College van brandmeesters voor brandspuithuis met handbrandspuit uit 1889, 1935.

Nieuwerbrug heeft al eeuwenlang een eigen school. Halverwege de 19e eeuw gaf het schoolbestuur een stukje van het schoolplein in gebruik voor een huisje voor de brandspuit, naast het eeuwenlange brandschouwen van groot belang voor de brandbestrijding. Waar eerst het huis van Prins stond, werd in 1937 een nieuw brandspuithuisje gebouwd. School en brandweergarage werden afgebroken en er kwam een nieuwe brandweer kazerne even verderop langs de Dubbele Wiericke.

fl002

Huidige situatie, appartementen aan de Graaf Florisweg, 2011

al001 k

brandweerkazerne in 2011.

vo001k

Brandspuit uit 1888?

De naam Weijpoort is volgens de Bodegraafse historicus Cees Beunder afkomstig van "Wi-Portus", dat is "haven van Wiltenburg". Enkele kilometers naar het zuiden ligt bij Oucoop de voormalige "hooge heerlijkheid" Wiltenburg, nu een boerderij, vroeger een heerlijkheid. Deze Wiltenburg zou een haven, portus, hebben gehad aan de Oude Rijn. Aan de juistheid van de verklaring wordt echter getwijfeld. Wellicht is de naam gewoon ontstaan uit het weiland dat in de polder was gelegen.

  • IMG_6161

8 januari 1964,

Nieuwerbrug viel tot 1964 onder vier gemeentes: Barwoutswaarder, Waarder, Rietveld en Bodegraven.
De gemeenteraad van Rietveld had op 10 oktober 1955 de naam Rijksstraatweg vastgesteld voor deze weg, die liep tussen Woerden en Nieuwerbrug.
Met het oog op de opheffing van de zelfstandige gemeente Rietveld per 1 februari 1964, waarbij het grootste gedeelte van die gemeente bij de gemeente Woerden werd gevoegd, besloot de Woerdense gemeenteraad de Rijksstraatweg naar de opgeheven gemeente te noemen.
De gemeente zelf dankte haar naam weer aan de polder Rietveld, die met de polder De Bree het grongeboed van de gemeente vormde.
Rietveld werd al in 1156 vermeld als 'Retfeld', veld met riet.
Een deel van de straat Rietveld valt echter nogsteeds onder de Brandschouwerij Nieuwerbrug en de Nieuwerbrugse gemeenschap.

2020 aug