fl001

College van brandmeesters voor brandspuithuis met handbrandspuit uit 1889, 1935.

Nieuwerbrug heeft al eeuwenlang een eigen school. Halverwege de 19e eeuw gaf het schoolbestuur een stukje van het schoolplein in gebruik voor een huisje voor de brandspuit, naast het eeuwenlange brandschouwen van groot belang voor de brandbestrijding. Waar eerst het huis van Prins stond, werd in 1937 een nieuw brandspuithuisje gebouwd. School en brandweergarage werden afgebroken en er kwam een nieuwe brandweer kazerne even verderop langs de Dubbele Wiericke.

fl002

Huidige situatie, appartementen aan de Graaf Florisweg, 2011

al001 k

brandweerkazerne in 2011.

vo001k

Brandspuit uit 1888?

weijpoortsemolen 03

Geschiedenis
De Weijpoortse polder hoorde aanvankelijk bij de "Zuidzijde van Bodegraven" en loosde haar water op de Oude Rijn.
Het viel onder het oude Grootwaterschap van Woerden. In 1363 trad men hieruit en groef een eigen afwateringskanaal, helemaal naar de Hollandsche IJssel om daar het overtollig water op te gaan lozen.
In 1480 was de bodem door het opdrogende veenmoeras dusdanig gedaald, dat men het water niet meer op een natuurlijke manier kon lozen. Om het gebied werden dijken aangelegd om het water buiten te houden en overtollig binnenwater werd naar buiten gemaald met een molen. Zo ontstond er een polder.
De molen maalde het water via een lang kanaal, parallel aan de Enkele Wiericke, uit op de Hollandsche IJssel. In 1492 werd een bergboezem aan dat Kanaal verbonden. Dit is een reservoir waar het water tijdelijk in wordt opgeslagen, wanneer het nog niet definitief geloosd kon worden op de IJssel.
Later, in 1529, werd een tweede molen gebouwd, tussen de bergboezem en het Kanaal, maar men bemerkte al snel dat het toch gunstiger was om weer op de Oude Rijn te gaan malen.
In 1564 bouwde de Weijpoortsche polder een eigen molen op de plaats van de huidige Weijpoortse Molen. De polder viel toen weer onder het Grootwaterschap van Woerden.
In 1672, het "Rampjaar" werd deze molen door Franse soldaten in brand gestoken. Tijdens de restauratie in 1995 werd het jaartal 1674 gevonden, er wordt daarom vanuit gegaan dat toen de huidige molen werd herbouwd. In 1812 bleek de molen zo slecht te zijn geworden dat men de polder mede liet bemalen door de twee molens van de buurpolder Langeweide. Dat beviel niet en in 1817 werd de eigen molen weer maalvaardig gemaakt.
In 1938 werd de molen gemoderniseerd door het scheprad te vervangen door een vijzel. Ook werden de wieken gestroomlijnd.
Tot 1975 bleef de molen in gebruik voor de polderbemaling, daarna nam een gemaal deze taak over. In 1995 werd de molen ingrijpend gerestaureerd. Nu wordt er wekelijks - op vrijwillige basis - met de molen gemalen.

Reconstructie molenaarswoning
Door de secretaris van het ambacht Bodegraven werd, in opdracht van het polderbestuur, de "instructie voor de watermolenaar" geschreven.
Dit is een reeks voorschriften waar de molenaar aan had te voldoen. Hierin staat onder meer dat de molenaar de molen en het zomerhuis "goed en zindelijk moet bewonen" en dat de molenaar "stiptelijk moet gehoorzamen aan de orders van schout en poldermeesters" 
In 1909 wordt de woning in de molen afgekeurd door de gezondheidscommissie van de gemeente Bodegraven. In de onbewoonbaarverklaring staat dat de molenaar moest wonen in de molen, "waar de slaapplaatsen ongeschikt waren en dat het er ondragelijk tochtte".
De woning in de molen raakte daarna in onbruik en werd uitgebroken. Uit archiefonderzoek, mondelinge overleveringen, betimmering en verfsporen kon een reconstructie gemaakt worden van de molenaarswoning met bedstee zoals het er uit gezien kon hebben tussen ca.1850 en 1910. Het interieur van molen werd volgens dat concept gerestaureerd.

Wat is er te zien?
Tijdens een bezoek aan de molen is te zien hoe een eeuwenoude, zeer grote poldermolen werkt. Hoe het water uit de polder wordt gemalen, hoe zware houten assen en wielen de vijzel aandrijven welke op zijn beurt het water uit de polder in de Oude Rijn uitmaalt. De molenaar vertelt - en laat zien - hoe de molen wordt bediend en geeft uitleg over de geschiedenis van het polderlandschap en de betekenis van molens voor de wordingsgeschiedenis van het huidige veenweidelandschap. Binnen in de met riet gedekte ondertoren is te zien hoe ooit de molenaar met zijn gezin leefde in een kleine huiskamer met bedstee.
Het smalle pad naar de molen is te vinden naast het voetbalveld van de Voetbalvereniging Rijnstreek. Het adres is Weijpoort 25 Nieuwerbrug.

Stukje uit het Archief RHC Rijnstreek en Lopikerwaard - Beheersnummer: B058 - Archief: NH gemeente Bodegraven Lidmatenregister 1764 - Inventarisnr: 30 - Folionr: 39

Beroep:
vanaf 17-09-1764 Watermolenaar op de Weijpoortse molen
Vermeld:
vanaf 1764 Lidmaten
Naam: Matthijs de Jong
Burgerlijke staat: gehuwd
Partner: Stijntje van Kempen
Kerkgenootschap: Nederlands-hervormd
Aangenomen: 17-09-1764
Kerkelijke attestatie van Waarder ingebracht.
Adres: Weijpoort
Opmerkingen: Molenaar op de Weijpoortse molen.

 

 

Weijpoortse Molen

weijpoortsemolen 02 2020, Foto's Ciska Klooster

Molenaars

1564-1726  onbekend
1726-1734  Gerrit Gravenstein 
1734-          Wouter Verboom
         -1812 Teunis Barten
1812-1817  Geen molenaar 
1817-1833 (?) Johannis Bastiaanzn. van Vliet
1833-1876 Balhus Spruijt 
1876-1900 Cornelis Spruijt 
1900-1929 Evert Spruijt 
1929-1948 Jan van Tol
1948-1954 Gerrit van Tol
1954-1961 Antoni de Vries
1961-1975 Jan Adriaan Verheul 
1975-1978 Molen buiten bedrijf
1978-2003 T.W. (Bob) Feenstra
1990-          Leendert van der Vlist
1998-          Jan Vroege
2000-          Dick Verweij

 

Literatuur:
De Weijpoortsemolen. Het verhaal over de enige overgebleven poldermolen rond Nieuwerbrug en bodegraven. 2009, Rob Alkemade en Leo van der Vlist

Internet:
www.allemolens.nl
www.molendatabase.nl
www.molens.nl
onafhankelijkheidstoren brg005
Onafhankelijkheidstoren, 1914. bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard

Op 23 september 2015 was het honderd jaar geleden dat het College van Bruggemeesters het eigendom van de Onafhankelijkheidstoren voor ons over nam. Het is in die eeuw ook een symbool van de onafhankelijkheidszin van de Nieuwerbruggers geworden. Met de bouw van de toren werd op 21 juni 1914 begonnen en aan het einde van dit eerste oorlogsjaar was hij eigenlijk al klaar. Hierbij het verhaal van onze toren.
.

Alle inwoners van de Brandschouwerij Nieuwerbrug, zijn samen eigenaar van de toren.

onafhankelijkheidstoren na renovatie
Na de renovatie in, 2016.
foto: Andre Slingeland

Onze Onafhankelijkheidstoren is een gemeentelijk monument.

Bevrijd van Napoleon
Begin negentiende eeuw eeuw heersen de Fransen onder leiding van Napoleon Bonaparte over een groot deel van Europa. Ze bezetten ook de Nederlanden, en voegden die tenslotte bij het Franse keizerrijk. In 1813 worden de Fransen verdreven, en wordt de basis gelegd voor het onafhankelijke Koninkrijk der Nederlanden. De Nederlanden blijven één staat, zoals in de Franse tijd.
In 1913 wordt deze gebeurtenis herdacht en gevierd in het hele land met grote feesten, optochten, openluchtspelen, kermissen en andere vermakelijkheden.

Geen feest maar een blijvende herinnering
Maar niet overal: In Nieuwerbrug was “de groote meerderheid van inwoners tegen openbare feestviering gestemd”.
De herdenking wilden de Nieuwerbruggers echter niet ongemerkt voorbij laten gaan. Op 22 augustus 1913, werd op initiatief van ijsclub Wintervermaak, een vergadering gehouden met vertegenwoordigers van de verschillende Nieuwerbrugse verenigingen en de grootste werkgevers van het dorp. Het doel was te komen tot een stichting van een “blijvend aandenken” aan de gebeurtenissen van 1813. In restaurant  “Het Grauwe Paard” werd besloten dat het blijvend aandenken zou moeten bestaan uit een toren met uurwerk en luidklok. Vooral het uurwerk was zeer gewenst: Er was in het dorp in 1913 behoeft aan de juiste tijd, niet iedereen had een klok, wekker of horloge, of een mogelijkheid die op de juiste tijd te zetten.
.

Napoleon

Napoleon Bonaparte

Het Grauwe Paard

Het Grauwe Paard.
bron: collectie Gijs Boer

Bouwcommissie
Op 28 augustus werd er opnieuw vergaderd. De aanwezigen kozen een aantal notabele Nieuwerbruggers met verschillende achtergronden uit de verschillende gemeentes tot “Bouwcommissie”. Voorzitter werd Jan Hendrik Ruting, een veehouder die in verschillende besturen zat en Nieuwerbrug vertegenwoordigde in de gemeenteraad van Bodegraven. Verder werden ook Dirk Prins (boterfabrikant), Aart van Baren (veehouder), Nicolaas Breedijk (veehouder), Jan Voorbergen (smid), en Hendrik Vijfhuizen (steenbakkersbaas) lid van de commissie.
Drijvende kracht achter het geheel was Dirk de Bruin (timmerman, voorzitter van de ijsclub en de Onderlinge Brandwaarborgmaatschappij). De Bruin was de leider van het torenbouw project.
Cornelis Mijnlieff, directeur van de steenfabriek Ruimzicht op Bekenes en tevens gemeenteraadslid van Barwoutswaarder, werd “volgaarne” erevoorzitter van de Bouwcommissie. Op die manier kreeg het project niet alleen status, maar ook een belangrijke sponsor.
Enthousiasme en plannen genoeg, maar geld voor de bouw van dit “blijvend aandenken” was er nog niet in kas.
.
Steenfabriek Ruimzicht
Steenfabriek Ruimzicht, 1914.
bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard

Bruggemeestersstraat 1905 GB 02
Brugstraat voor de bouw, 1905.
bron: collectie Gijs Boer
Geldschieters en schenkingen in hout en steen
In september 1913 gaven de Bruggemeesters de toezegging dat zij de toren na voltooiing in eigendom, beheer en onderhoud zouden nemen

geldschieters

illustratie: Janneke van Heel, 2017
Geen steun is gevraagd aan de gemeentebesturen van Barwoutswaarder, Waarder, Rietveld en Bodegraven. In de raadsvergaderingen is de toren niet aan de orde geweest. We missen de namen van burgemeesters, wethouders en andere gemeentelijke functionarissen bij de schenkers.
Eind 1913 was er voldoende geld om met de bouw te beginnen.
.
Onafhankelijkheidstoren 1917
'Toren te Nieuwerbrug.
Monument van Neerlands Onafhankelijkheid', 1917.
collectie: Gijs Boer

Onafhankelijkheidstoren en tolbrug
collectie: Gijs Boer
Bouw
Een bouwvergunning van de gemeente, in dit geval van Waarder, was nodig.
Op 24 maart 1914 ( vier maanden na de feestelijke herdenking van de Nederlandse Onafhankelijkheid) diende De Bruin een verzoek om vergunning in, met een beknopte beschrijving en een tekening van de toren. De toren zou in totaal 13,5 meter hoog worden; de met leien bedekte spits zou circa 6,5 meter meten.
De fundering bestond uit platen van gewapend beton, grind en cement. Het plan was om op 6 april te starten met de bouw, en het streven was om op 1 mei het geheel onder de kap te hebben. Op 1 juni 1914 zou de toren af moeten zijn.
Het lukte niet. Eerst moest De Bruin maar eens komen uitleggen hoe groot en dik de fundering zou moeten worden. Uiteindelijk werd op 10 april de bouwvergunning verleend. De onderhandelingen over het uurwerk waren toen nog volop bezig. Ondertussen werden de eerste voorbereidingen voor de bouw getroffen.
Op 24 juni 1914 werd door erevoorzitter Mijnlieff de eerste steen van de Onafhankelijkheidstoren gelegd. Op 31 augustus 1914 (de verjaardag van koningin Wilhelmina), zou de bouw van de toren afgerond kunnen zijn, want de bouw verliep voorspoedig.
Nadrukkelijk werd besloten om de toren “met eenige plechtigheid maar zonder openbare feestelijkheid te onthullen”: de Nieuwerbruggers hadden kennelijk moeite hun blijdschap over het project te uiten.
.
CMijnlief
Cornelis Mijnlieff, 1914.
bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard


Wereldoorlog
Enige somberheid was wel op zijn plaats: op 1 augustus 1914 brak de eerste Wereldoorlog uit door de inval van de Duitsers in Rusland. Op 4 augustus viel Duitsland ook België binnen en daarna ook Frankrijk, waar een zware strijd in loopgraven werd gestreden, waarin miljoenen jonge mannen de dood vonden. Nederland bleef deze oorlog neutraal en vanaf oktober kwamen er zo’n miljoen Belgische vluchtelingen naar ons land. Ze kregen door heel Nederland onderdak, zoals bijvoorbeeld in een kamp in Gouda. Het Fort Wierickerschans was destijds een gevangenis voor buitenlandse militairen.
Door de mobilisatie, tijdelijke stagnatie van verzending én de beperkte beschikbaarheid van bouwmateriaal, moest de voltooiing van de toren opnieuw worden uitgesteld. Pas op 9 oktober 1914 konden het uurwerk en de klok in de toren worden aangebracht. De toren was eind 1914 geheel klaar, maar de bouwcommissie had helemaal geen behoefte meer aan een officiële onthulling of plechtigheid.
Pas op 23 september 1915 werd de toren in een eenvoudige bijeenkomst overgedragen aan het College van Bruggemeesters. De Bruggemeesters zouden ervoor zorg dragen dat de klok elke middag om 12 uur zou worden geluid, en voorts als er brandalarm was. Een jaar later werd besloten ook bij begrafenissen vanuit de Gereformeerde kerk te luiden. Het dagelijks toezicht van de toren kwam bij de Bruggemeesters. Bouwcommissielid Voorbergen (de dorpssmid) werd klokkenluider en uurwerkopwinder.
.

Wierickerschans WO1 ontsnappingstunnel

Ontsnappingstunnel Fort Wierickerschans, 1914.

Vluchtelingen Amersfoort 1914

Belgische vluchtelingen, 1914.

Uurwerk en luidklok
Bij contract van 18 mei 1914 verplichtte de bekende firma Eijsbouts uit het Noord-Brabantse Asten zich tot de levering en plaatsing van een uurwerk met luidklok en toebehoren. Details van het uurwerk, met drie wijzerplaten en een koperen luidklok van ongeveer 150 kilogram stonden in het contract. De prijs voor levering en installatie zou 675 gulden worden.
Uiteindelijk waren de kosten van de toren minder dan 2600 gulden Een kwart daarvan 675 gulden kwam voor rekening van uurwerk en luidklok. De uitvoering van de bouw kostte ongeveer 1875 gulden.
.
Uurwerk na renovatie
Uurwerk na renovatie, 2017.
foto: Marc van Heel

Bedrijven
De bouw van de toren was een grotendeels Nieuwerbrugse aangelegenheid. Nieuwerbrugse ambachtslieden deden het werk: De smeden Francken en Voorbergen, de schilders van Dam en Koenekoop, de timmerlieden De Bruin en Verweij en de metselaars Van der Zouw en Versloot.
Alleen het loodgieterswerk werd gedaan door Van Waveren uit Bodegraven.

FranckenVoorbergen JanKoenekoopVerweijVersloot

Francken            Voorbergen        Koenekoop         Verweij               Versloot

JJBlok
Naam van metselaar JJ Blok in binnenmuur. Tijdens renovatie verdwenen.
foto: Andre Slingeland

Uurwerkverlichting
Juffrouw Aaltje Kok Willemsdochter, telg uit een eeuwenoud Nieuwerbrugs geslacht van veehouders en dorpsbestuurders, schonk in 1956 de verlichting van het uurwerk van de toren.
Op woensdag 19 februari 1958 werd die officieel in werking gesteld. Nu wel met een feestje in het “Grauwe Paard” met vele genodigden en de tachtigjarige schenkster als stralend middelpunt. Ook kwam juffrouw Kok, na alle sprekers, tenslotte zelf aan het woord. Haar woorden waren via luidsprekers in het hele dorp te horen! Vervolgens trok men naar de toren, onder begeleiding van de muziek van “Kunst Na Arbeid”.
Juffrouw Kok ontstak om zeven voor acht het licht aan de wijzerplaten en daarna volgde de onthulling van een gedenkplaat van deze schenking.

.
Aaltje Kok
Aaltje Kok bij de toren.
bron: College van Bruggemeesters

Kleinste museum
Het Historisch Genootschap Nieuwerbrug bedacht in een enthousiaste bui, dat de Onafhankelijkheidstoren een mooie plaats zou zijn voor een museum over de geschiedenis van ons dorp. De ruimtes waren toch leeg. In het streekarchief te Woerden, werden oude aktes en oorkondes gekopieerd, die vervolgens aan de binnenmuren van de toren werden gehangen.
Het museum telde twee verdiepingen van elk 1,80mx1,80m. Er was plaats voor “drie slanke bezoekers” Om naar binnen te kunnen, moest de sleutel worden afgehaald bij de tolgaarder.
Omdat dit museum het kleinste van Nederland was, heeft het in het Guiness Book of Records gestaan. Na enige jaren werd het museum weer gesloten, als bleef het nog jaren daarna vermeld staan in de gemeentegids. Volgens Wikipedia bestaat het nog steeds.
.
rekordboek
Beheer en Restauratie
Zoals afgesproken zorgt het College van Bruggemeesters voor het beheer en reguliere onderhoud van de toren. De onderhoudskosten beperkten zich in de afgelopen eeuw tot dat wat strikt nodig was om de toren in goede staat te houden. Het bouwwerk was voor weinig anders te gebruiken dan klokkentoren, dus zorgde het niet voor inkomsten.
Echter in 2014 bleek dat groot onderhoud noodzakelijk was. De toren stond scheef, er waren scheuren, het schilderwerk was achterstallig, het voegwerk, ankers en stalen band moesten vervangen worden, maar ook waren er problemen met houtrot,  lood, boktor, asbest, uurwerk, afsluiting van galmgaten, verwijdering van stucwerk en zo meer
Deze kosten hiervan zouden een belangrijke aanslag plegen op de kas van het College van Bruggemeesters, dat op zoek moest naar mogelijkheden om de zo noodzakelijke reparaties te kunnen bekostigen. Net als in 1913 werd er weer beroep gedaan op de burgerzin van de Nieuwerbruggers.
Door de verkoop van een tolvignet voor auto’s voor vijf euro werden alle inwoners van Nieuwerbrug die regelmatig gebruik maken van de tolbrug gevraagd bij te dragen aan de kosten van de Onafhankelijkheidstoren.
In september 2016 werd de gerestaureerde Onafhankelijkheidstoren weer in gebruik genomen. Alleen was het nog even wachten op het uurwerk.
Zo blijft de Onafhankelijkheidstoren, ook wel Eeuwfeesttoren of Vrijheidstoren genoemd, net zoals destijds in 1913 een beetje van alle Nieuwerbruggers. 
vochtproblemen
Vochtproblemen.

reparatie scheur
Reparatie scheurvorming.

windvaan

Geen haan, geen kruis, maar een Hollandse Leeuw, die verwijst naar de Nederlandse Onafhankelijkheid in 1813.
Voor de renovatie.

eerste steen

Eerste steen gelegd door Cornelis Mijnlieff

De Buitenmuur is gebouwd met zo’n 10.000 in Nieuwerbrug gebakken stenen. Tijdens de grootscheepse renovatie zijn er hiervan 350 vervangen door stenen van buiten het dorp.

uurwerk
De 4 staat niet als IV maar als IIII op de wijzerplaat, 2016.
foto: Andre Slingeland

luidklok

Luidklok van Eijsbouts, 2016.
foto: Andre Slingeland

Van Waveren windvaan

Loodgieter Van Waveren vereeuwigd in de windvaan, 2016.

gedenksteen Kok 1958

Gedenksteen uit 1958

Museum in wording

Cees Brouwer bij kleinste museum, 1992.

tolvignet

Tolvignet 2017.

Heropening

Heropening door Jan van Rooijen en wethouder Martien Kromwijk, 2016.
foto: Marc van Heel

bouwtekening toren voorgevel

bouwtekening toren doorsnede

Kast uurwerk Gijs Boer

Gijs Boer bouwde een kast voor het gerenoveerde uurwerk, 2017.
foto: Marc van Heel

 

Uit 'Nieuwerbrug. Een klein dorpje met eigenzinnige mensen', 2011



Correctie op uitspraken in de film
De toren is niet op een baggersloot gebouwd.
In de binnenmuur stond niet de naam D. Bruin, maar J.J. Blok.
Het initiatief lag niet bij Mijnlieff, maar IJsclub Wintervermaak.


Literatuur
De Onafhankelijkheidstoren te Nieuwerbrug: een bouwgeschiedenis, W.R.C. Alkemade, Heemtijdingen november 2015.
Eeuwfeesttoren, Boreftse Berichten, september 2004.

Laatst bijgewerkt: 30-03-2017

 

brg002
Bovenmeesters woning (links) met meester en kinderen, 1905.

Hoe lok je een huisarts naar een dorp, waarvan de inwoners vinden dat er een dokter moet zijn en liefst zonder veel bemoeienis van buitenaf? In Nieuwerbrug nam het schoolbestuur die uitdaging aan: het bouwde in 1871 een doktershuis en wist zowaar de zo verlangde arts naar Nieuwerbrug te krijgen. Het schoolbestuur verkocht het huis in 1873 en… kocht het in 1919 weer terug om er de hoofdonderwijzer van de erachter gelegen school te huisvesten. Sindsdien verhuisden de school en de meester en slechts de gevelsteen herinnert nog aan het merkwaardige initiatief.

brg004

Oude dokterswoning, 2011

In 1871 liet het Nieuwerbrugse schoolbestuur deze dokterswoning bouwen, om hiermee met succes een dokter naar het dorp te halen.

Het werd in 1919 de woning van de hoofdonderweizer van de naastgelegen school.

Links de Onafhankelijkheidstoren aan de Bruggemeestersstraat.

fl003

Voormalige woning en praktijk van dokter Samson en Versteegt.

ko001 k

Voormalige praktijk van dr. Tichelaar en dr. Borreman

al002 k

Tijdelijke huisvesting dr. Borreman, Margarethastraat 1a, 2011.

 

De huisarts is nu gevestigd aan de Gravin Jacobastraat 24, 2415 AX Nieuwerbrug aan den Rijn

 

brg002
Brugwachterswoning tussen dokterswoning en tolbrug, 1905

Houten Tolbrug met tolhuisje.
Tussen de twee kastanjebomen voor het huis van de 'bovenmeester' Jan Snoek (oude dokterswoning) was de ingang naar de school. De voorste kastanje is gekapt in 1988. De achterste moest in 1913 wijken voor de Onafhankelijkheidstoren.  Ook de Brugkerk is hier nog afwezig. 

De brugwachterswoning is samen met de tolbrug en de Onafhankelijkheidstoren eigendom van de gemeenschap Nieuwerbrug. Ze worden beheerd door het College van Bruggemeesters.
De brugwachterswoning is een van de oudste woningen uit de dorpskern. Hij wordt van oudsher bewoond door de tolgaarder, die het bruggeld en de woning pacht.
Aan de Rijnkant staat nog een origineel schijthuis.

brg001
Brugkerk, 2011.

De wens om in Nieuwerbrug een eigen kerk te stichten werd in 1917 werkelijkheid. De Gereformeerde gelovigen waren van de bouw van de Gereformeerde Kerk niet langer genoodzaakt naar Waarder of Bodegraven te reizen. Architect Cornelis Zaal uit Bodegraven maakte het ontwerp van het kerkgebouw dat op Nieuwjaarsdag 1918 in gebruik werd genomen. Een kerk met torentje “De Peperbus”, maar zonder klok. Voor het luiden daarvan was men aangewezen op de Onafhankelijkheidstoren. Diverse malen werd er aan en in de kerk groot onderhoud gepleegd, de laatste keer in 2010. In dat jaar werd het gebouw grondig gerestaureerd en kwam er dan toch een luidklokje in de nieuwe toren.
In 2004 veranderde de naam Gereformeerde Kerk in Protestantse Gemeente Nieuwerbrug en kreeg het kerkgebouw de naam Brugkerk, verbinding van verleden en heden tussen God en mensen.

Uit 'Nieuwerbrug. Een klein dorpje met eigenzinnige mensen'.

ba002

We zien hier een gedeelte van ‘Schots Varken’. Rond het voormalig rechthuis was een klein buurtschapje ontstaan met cafe, een kruidenierswinkeltje en als laatste een schuur met diverse brandstoffen. In het pand van de kruidenierswinkel was een deur met een trap naar boven die leidde naar het voormalige oude gemeentehuis van Barwoutswaarder. Op de foto kunt u het aanplakbord nog zien op de gevel. Bijna de gehele rij huizen is in 1935 afgebrand.
De personen op de foto zijn: van links naar rechts: Mien de Hollander, Maagje Nap en Mar Kroone. Maagje Nap heeft daarna nog jaren met haar broer Dirk gewoond op het Bekenespad.

ba003

Schout/herbergier
Op de plaats waar nu alleen nog wat bomen en een picknick bank staat, stond vroeger een herberg, een tapperij algemeen bekend onder de naam het Rechthuis, tussen de druk bevaren Oude Rijn en de drukke Hoge Rijndijk. De herberg stond later ook bekend onder de naam Schots Varken of Schotvarkens. Het was eeuwenlang het bestuurlijke en deels ook administratieve centrum van het schoutambacht Barwoutswaarder en Bekenes, later de gemeente Barwoutswaarder. In 1670 was het al eigendom van de schout en diens huis was vaak rechthuis en later raadhuis. Ook konden er openbare verkopingen en verpachtingen plaats vinden; omdat daarbij behoorlijk veel drank te verkopen was, sneed het mes voor de schout/herbergier zo aan twee kanten.

De eerst bekende schout die dit in eigendom had was Philip Jansz Camerick in 1670, hij was ook schout van Rietveld. We weten uit een akte van 1695 dat zijn weduwe woonde “in den Gereghtshuyse van Barwoutswaarder en Bekenes”.

Gemeenteraad
Volgende schouten woonden in Woerden en hielden daar ook kantoor. Na de Franse tijd, in 1818, vestigde de secretarie, het kantoor, van de gemeente Barwoutswaarder zich, samen met die van de gemeenten Rietveld en Waarder, in Woerden. Barwoutswaarder werd een zelfstandige gemeente en in de herberg werden weer de raadsvergaderingen gehouden en vonden de openbare zittingen van de burgerlijke stand en gemeenteontvanger plaats. Het gemeentebestuur betaalde tot 1935 een jaarlijkse huur voor deze raadskamer.

De naam
Over de afkomst van de naam Schots Varken doen allerlei verhalen de ronde. Verhalen over de slager die varkens met een pistoolschot doodde. Of de kastelein, walvisvaarder in ruste, die zeehonden op ijsschotsen voor varkens zou hebben aangezien en op zijn uithangbord zou hebben afgebeeld. In 1814 werd de naam al in veilingvoorwaarden genoemd: een “huizinge, schuur, erve en tuin, zijnde een herberg, genaamd Schotvarkens, het voormalige regthuis.”

Café
Toen het café er nog stond was het in de wintermaanden een vaste plek om te rusten en om een consumptie te nuttigen wat toentertijd wel bestaan zou hebben uit anijsmelk, snert en natuurlijk de warme worst. Aan de waterkant kon je namelijk door middel van een soort trapje gemakkelijk op de kant komen en zo door het stro de achterdeur inkomen die voor dat doel er speciaal voor gemaakt was. Ook de gelagkamer lag uiteraard vol met stro.

Brand
De woning en herberg van de schout was in eeuwen gegroeid met huisjes, werkplaats en een kruidenierswinkeltje tot een klein buurtschapje, dat op 31 oktober 1935 deels afbrandde.  Toen kwam er een einde aan de langdurige politieke activiteiten van de gemeente hier, ook voor dit oostelijke deel van Nieuwerbrug.

Sloop
Na de brand is er van de twee minst beschadigde huisjes weer een huis ontstaan waar Den Hartog in woonde en fietsen verkocht. Dit pand is in de zestiger jaren gesloopt in verband met de onoverzichtelijkheid van de bocht.

ka007 ak

Kadastrale kaart van gemeente Barwoutswaarder 1828, detail.
 

ba002 

Het Schots Varken. Van links naar
rechts: Mien de Hollander, Maagje Nap en Mar Kroone. Collectie:
Mevrouw Biesepol-den Hartog.

 pe005

Cornelis Jan Bredius, burgemeester
van Barwoutswaarder van 1825- 1855,  schilderij uit 1861 van
Pieter Schick
Bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

ba004

Elisabeth Gezina van Oudenallen-
van Essen en Hendrik van
Oudenallen varend op de Oude
Rijn, voor het Schots Varken

ba005

Anna van Oudenallen , Pie Voshart-Voshart en haar dochter Maartje
Voshart
varend op de Oude Rijn,
voor het Schots Varken.

ba006

Nablussen van de brand in 1935.

Bronnen:
-Van raadkamers tot nieuw stadhuis. Geschiedenis van de gemeenthuizen in Woerden. W.R.C. Alkemade en L.C.M. Peters, 1994.
-Heemtijdinghen 30 (1994) nr. 3, p. 57-92.
- Schotvarkens, een herberg te Barwoutswaarder, door W.R.C. Alkemade. In Heemtijdinghen, juni 1996.
- Fotobijschrift, door C. Brouwer, Nieuwsbrug 2008

Florisweg4 GB 052
Rijksmonument Graaf Florisweg 4 (rechter pand). 1920. Collectie Gijs Boer

Achter een rijtje leilindes staan een grote en een kleine woning naast elkaar. Het lijkt wel een oude boerderij met een er tegen aan gebouwd zomerhuis. Deze boerderij en de rechts naastgelegen, nu nummer 6, waren waarschijnlijk de enigen in de streek tussen Rijn en dijk. De bedrijfsgebouwen lagen daarom aan de overkant van de straat, langs de Wiericke, waar nu het Wierickehuis staat. Deze boerderij is in 1977 door een achttal mensen gekocht en vanaf die tijd gezamenlijk bewoond, vandaar dat ze de wooncoöperatie Octopus hebben genoemd. Het naastgelegen huis wordt door een familie apart bewoond.

Geschiedenis gebruik en bewoning
Cornelis Kok woont al vanaf 1817 aan de Korte Waarder op de nummers 150 en 151, nu Graaf Florisweg 4 en 2. Zoon Dirk Kok, op dat moment boer in Alphen aan den Rijn, koopt die boerderij met gebouwen en land in december 1890 voor f 30.000,= van een familielid. Hij betrekt, nu samen met echtgenote Willemina Verlaan, op 1 mei 1891 de boerderij weer en zet de veehouderij voort. De familie is ook maatschappelijk actief: kleinzoon Cornelis Dzn is van 1936 tot 1965 bestuurder van de polder Het Westeinde van Waarder, in dat jaar neemt achterkleinzoon Dirk Czn die functie van hem over tot 1974. Op zeker moment wonen er vier generaties Kok in beide huizen, die met een tussendeur verbonden zijn. In 1974 stopt de familie noodgedwongen in Nieuwerbrug en boeren ze verder in Bodegraven. Het land over het spoor wordt gebruikt voor de nieuwe landinrichting. Op de weilanden bij het dorp is nu plaats voor woningbouw en op het terrein van de stallen wordt later het Wierickehuis gebouwd. De boerderij en naastgelegen woning worden verkocht en zijn nu woonhuizen.

Gebouw
De boerderij, vroeger ook bekend als boerderenhofstee “Zomerlust”, is een, naar zeggen gedeeltelijk, rijksmonument en stamt uit het einde van de achttiende eeuw, mogelijk met delen uit 1687. Het heeft een rieten puntdak met een wolfseind voor en achter. De voor- en achtergevel met boerenvlechtwerk, de gevels hebben allen een groot aantal lange en korte rechte muurankers. In de voorgevel bovendien enkele rozetvormige ankers, in de achtergevel heeft de zolderverdieping een rond raam. De deuromlijsting heeft gesneden consoles in Empire-stijl.
Florisweg4 RCE 1967Boerderij in 1967. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Florisweg4 VG
De stal (links) nog aan de overkant van de weg, op de plaats van het Wierickehuis.
collectie: Annie Verboom-Goudriaan
Florisweg4 1989
Boerderij in 1989. 

graafflorisweg4 2014 RL

Boerderij in 2014
Bron: Ria Lutz