Onder Professoren
Je ziet niet wat je niet ziet

Bert van den Hoogen
Aart Nederveen uit Nieuwerbrug doet onderzoek naarde techniek van MRI-scanners. Als wetenschapper met interesse voor filosofie en theologie stelt hij zich daarbij de vraag of iedere technische verbetering waar hij aan werkt ook gewenst is en hij wil het ultieme onderzoek naar 5G-straling doen.
Kunt u in maximaal honderd woorden uitleggen wat uw vakgebied inhoudt?
„Ik ben van oorsprong natuurkundige, maar ik vind mezelf niet een pure bètawetenschappen Ik wilde meer richting de gezondheidszorg en uiteindelijk kwam ik terecht bij radiologie. De MRI-techniek is mijn vakgebied geworden. Bij een MRI-scan zijn er twee ingrediënten. In het apparaat wordt een ontzettend sterk magnetisch veld opgewekt. In dat veld stuur je radiogolven op een lichaamsdeel af. Daar reageren je waterstofatomen op en ‘weerkaatst’ er een signaal. Die signalen worden door computers omgezet in een zichtbaar beeld. Met mijn onderzoek probeer ik de scans sneller te laten verlopen en scherpere beelden te krijgen.”

Dus u bent niet de radioloog die de diagnoses stelt. Bent u dan de ontwerper, monteur of programmeur?
„Mijn vak zit een beetje overal tussenin. Misschien komt medisch technoloog of klinisch fysicus het dichtst in de buurt. Ik probeer de MRI-scanner zo in te stellen dat die beter presteert. Het beeld van een MRI-scan is opgebouwd uit pixels, bijvoorbeeld 200 bij 200. Dat zijn 40.000 pixels. Maar de scanner is wel erg lang bezig om al die pixels te ‘lezen’. Daarom leest hij maar tien procent ervan en worden de overige door de computer ingevuld. Daar kunnen we nog veel in verbeteren, onder meer met artificiële intelligentie. Daarvoor ben ik weer meer een programmeur."
CV
Geboren: 4 januari, 1974, Sliedrecht.
Opleiding: Natuurkunde.
Loopbaan: Hoogleraar toegepaste MR fysica, Amsterdam UMC.
Privé: Getrouwd, 6 kinderen. Woont in Nieuwerbrug.
Dus een MRI-scan levert een plaatje op dat door een computer is ingevuld. Geeft dat dan wel het werkelijke beeld?
„Je kunt je afvragen of er bij de vertaling van die radiosignalen naar pixels een onjuist beeld kan ontstaan. Maar vergelijk het eens met ruimtetelescopen. Die vangen ook allerlei signalen op uit de ruimte die niet optisch zijn. Die kunnen computers ook omzetten naar perfecte beelden. De radiologen hebben bovendien zo’n geoefend oog dat ze op een afbeelding van een MRI-scan direct zien waar de af-wijkingen zitten. Daarvoor is een scherper beeld niet altijd nodig. De tekortkoming van een MRI-scan is dat je niet alles ziet.”
Heeft u uw Eureka!-moment al gehad?
„Dat was bij mijn aanvaardingsspeech als hoogleraar. Ik stelde daarbij de vraag: leuk al die plaatjes, maar wat zie je daar achter? Bij een MRI-scan krijg je een beperkt beeld. Je kunt wel meer doorsnedes van een orgaan maken, maar je ziet alleen het weefsel, het stromen van het bloed of de hersenactiviteit. Je kunt niet in-zoomen op de samenstelling van het bloed, de bloeddruk meten of de kwaliteit van bloedvaten zien. Je kunt dus tot de conclusie komen dat er niets aan de hand is, terwijl de patiënt toch niet gezond is. Dus was de titel van mijn oratie ‘je ziet niet wat je niet ziet’.”
Werkt u eraan om te laten zien wat we nu niet zien?
„Dat is wel mijn drijfveer. Ik zou dichter bij willen komen bij wat er echt aan de hand is. Ik probeer allereerst de beperktheid van de MRI-scan aan te tonen. Het is een plaatje met kleuren. Het geeft niet alle informatie om te begrijpen wat je ziet. Zoals de afbeelding die ik in mijn hand heb: zie ik een eend of een konijn? We zijn nu bezig om het kleurplaatje om te zetten in getallen. Daarmee krijg je meetbare waardes waarmee je kunt rekenen en die je kunt combineren met andere metingen zoals bloeddruk."
Waarom bent u tegelijk terughoudend in het verbeteren van de techniek?
„Ik ben met mijn onderzoeken bezig om steeds dieper in de techniek te gaan. Het is goed om de ontwikkeling van de medische techniek ook eens van een afstand te bekijken. We lijken niet meer zonder te kunnen. De beleving van een zwangerschap is niet meer compleet zonder de twintig weken echo. Als je ervoor kiest zo’n echo niet te maken, kun je er later op aangekeken worden dat je kind niet perfect is. Zo scheppen we een wereld waarin ieder medisch vraagstuk met techniek kan worden opgelost en we niet meer accepteren dat we ziek kunnen worden. Het gevolg is ook dat we ons alleen focussen op de exacte kennis en het gevoel en de intuïtie geen rol meer laten spelen.”
Hoe zou een arts dan een patiënt moeten benaderen?
„Ik ben voor een meer holistische benadering, met de patiënt als een compleet mens. Ik kijk daarvoor ook terug in de medische ontwikkeling. De arts kon ooit alleen maar een kwaal of mankement vaststellen door te voelen. Met röntgenstraling was het voor het eerst mogelijk om in het lichaam te kijken zonder erin te snijden. Toen was dat het ideale medische apparaat. Met de CT-scan werd het mogelijk om 3D-beelden te maken. Met MRI gaan we weer een stap verder. Daardoor denkt de arts snel en efficiënt vast te kunnen stellen waar de klacht van een patiënt vandaan komt. Dat gaat wel ten koste van de holistische benadering. Tegenwoordig krijg je bij een doktersbezoek eerder de vraag ‘waar hebt u pijn?’ dan de vraag ‘hoe voelt u zich?”’
Wat is voor u de heilige graal?
„Het laatste halfjaar ben ik me gaan afvragen wat de effecten van elektromagnetische straling op het menselijk lichaam kunnen zijn. Dat is mede ingegeven door de discussie over 5G-straling voor mobiel internet. Er zijn wel al veel onderzoeken gedaan, maar de wetenschappelijke literatuur daarover levert geen eenduidige conclusie. Ik zou het heel erg interessant vinden om met mijn kennis van straling en de techniek van MRI-metingen te ontrafelen of die straling invloed heeft op ons lichaam. Ik heb dit nog niet eerder zo naar buiten toe uitgesproken, omdat ik ook besef dat wetenschappers het moeilijk vinden om de discussie daarover aan te gaan. Maar ik vind dat ik als wetenschapper die vraag wel openlijk moet durven stellen.”

Bron: AD Groene Hart 26 januari 2021

100-jarig jubileum Oranjevereniging

NIEUWERBRUG - Vrijdag 15 januari bestond de Oranjevereniging "Prinses Juliana" 100 jaar. Om er toch wat aandacht aan te geven, heeft de vereniging tijdelijk het bord met een oranje ballonnenboog en 100 in gouden cijfers geplaatst op het plein voor het Wierickehuis. Ook hebben ze bij alle bewoners van de brandschouwerij en alle donateurs daarbuiten een klein presentje gebracht. Onder het motto 'wie jarig is, trakteert' hebben ze iedereen een doosje met Wilhelmina pepermunt gegeven. Ook heeft de vereniging de felicitaties van de burgemeester ontvangen en hem ook een presentje overhandigd. "Wij bedanken Nolda, Dorothea en Ester voor hun hulp bij het rondbrengen en wij willen iedereen bedanken voor de leuke reacties en felicitaties. We hopen dat, zo gauw het weer mag, we weer een gezellig feest kunnen organiseren voor iedereen," aldus het bestuur van Oranjevereniging "Prinses Juliana".

Bron: Kijk op Bodegraven-Reeuwijk 20 januari 2021