In 1965 was Nieuwerbrug nog een echt “lintdorp”. Er waren alleen huizen, winkels en boerderijen gebouwd langs de oevers van de Oude Rijn en het polderweggetje naar Waarder en de A12. De Gravinnen buurt bestond nog niet evenals het Wierickehuis en de tennisbanen. De Burgemeester Bruntsstraat en de Johan Willem Frisostraat waren kleine erfontsluitingswegen met een paar huizen ernaast. Vanaf de Korte Waarder keek je ver over de weilanden uit; je zag de spoorbaan en daarachter waren ook de weilanden. Veel boeren bezaten in die tijd weilanden aan de noordkant en ook aan de zuidkant van de spoorbaan. De aanleg van het spoor had hun bezit gesplitst. Ieder had zijn eigen particuliere overgang, afgesloten met hekken. De boeren wisten ook precies hoe laat 1x per uur de passagierstrein kwam en wanneer er een goederentrein langs reed. Dat gebeurde op vaste tijden. De treinen reden meestal zo’n 100 km/per uur. In 1965 jaar werd er ook door arbeiders naast de spoorlijn gewerkt aan de lange gasleiding naar Katwijk. Op die dag waren de arbeiders druk bezig met graven met behulp van een dragline.
Aan de Graaf Florisweg – net naast de Dubbele Wiericke- woonde boer Dirk Kok met zijn gezin. (In het huis waar nu René Lekkerkerker woont met zijn familie). Aan de overkant – waar nu het Wierickehuis is gebouwd- waren zijn stallen en hooiberg.
Bij Dirk Kok waren altijd veel kinderen aan het spelen, zeker in vakantietijd.

Op 22 juli 1965 was het ook het geval. ‘s Morgens waren er zes kinderen mee op pad naar de koeien. Twee zoontjes van Boer Kok zelf en vier vriendjes uit de buurt. Een jongetje werd door zijn vader tussen de middag opgehaald. Boer Kok was met de tractor en de kinderen op pad gegaan. Er moesten koeien van het ene weiland over het spoor naar het andere weiland gebracht worden en de kinderen hielpen allemaal mee. De overgang van boer Kok was vlak naast de duiker, die nu vervangen is door de wandelduiker. Toen ze ‘s middags weer naar koeien aan de andere kant gingen om deze te melken, waren er nog vier kinderen over: Johan (6) en Cor (8) Kok, Martin (9) Heemskerk en Gijs (14) Klaassen. Want omdat Richard Brouwer een beetje woorden had gehad met een van de jongens, was hij teleurgesteld en wilde niet meerijden. Maar bij het spoor bleef hij achter om bij de arbeiders van de gasleiding te kijken. Dat heeft zijn leven gered.

De vier jongens zaten op de tractor terwijl Dirk Kok de hekken zou openen en weer achter hen sluiten. Bij de overgang gekomen, praatte hij nog even met de arbeiders die daar bezig waren, opende toen het hek voor de overgang en sloot het achter de tractor weer goed dicht. Daarna liep hij naar de overkant om daar het hek open te zetten.
Maar waar niemand op gerekend en gemerkt had, was dat de trein vertraging had. Door het geluid van de tractor en door het lawaai van de dragline hoorde niemand dat die vertraagde trein eraan kwam. De machinist zag de tractor die net over de spoorbaan ging rijden niet, omdat er toen een veel groter brugwachtershuis stond dan tegenwoordig. Toen hij daar voorbij reed, merkte hij pas de tractor op. Hij remde, gaf nog een geluidssignaal en dook toen naar achteren om niet gewond te raken door het rondvliegende glas. Een harde toeter, een remmende trein, boer Kok die het voor zijn ogen zag gebeuren, hief zijn handen machteloos op om de kinderen te waarschuwen. Te laat….. Met een klap die tot ver in de omtrek te horen was, botste de trein op de tractor. Een stofwolk steeg omhoog en de stukken vlogen in het rond. De vier kinderen moeten op slag dood zijn geweest……… De trein was pas na 60 meter tot stilstand gekomen. De tractor lag in stukken bij de spoorwegduiker.

De arbeiders waren het eerst om te helpen; daarna kwamen veel dorpsbewoners, die de harde klap gehoord hadden. Ook kapper Gerrit Brouwer (in die tijd tevens correspondent bij de Rijn en Gouwe), die wist dat zijn zoontje was meegegaan met boer Kok, kwam aangerend. Hij had eerst echter al de dokter gewaarschuwd en hulpdiensten. Kapper Gerrit Brouwer heeft zeker een half uur in de sloot naast de spoorbaan lopen zoeken in het water naast Dirk Kok om zijn kind te vinden. Na een tijdje kwam hij erachter dat zijn zoontje uiteindelijk niet meegegaan was met de tractor en nog leefde!
De politie kwam erbij om het helpen en het ongeluk te onderzoeken en de stoffelijke resten van de kinderen werden naar de Aula van begraafplaats Vredehof in Bodegraven gebracht. Burgemeester Croles (Bodegraven) was inmiddels ook op de rampplek gekomen, evenals de stationschef uit Bodegraven en ook het hoofd van de NS Voorlichtingsdienst kwam naar deze plaats.

De broer van Martin Heemskerk, Dirk, was al 16 jaar en had gespaard voor een brommer. Samen met zijn vriend Cees Brouwer (de broer van Richard) gingen ze voor het eerst op vakantie met de brommer naar een camping in Luxemburg. Ze waren daar eind van de middag aangekomen, hadden de tent opgezet en wat gegeten.
Omdat men in die tijd geen telefoon had, was het de gewoonte dat je op vakantie een draagbare radio op batterijen bij je had om naar de wereldomroep te luisteren. Daar werden op vaste tijden na de nieuwsberichten de mensen opgeroepen, waar iets in de familie gebeurde. Je kon dan een bepaald telefoonnummer bellen om te horen wat er aan de hand was. De jongens hoorden dat zij opgeroepen werden. Op de camping was nog geen telefoon, dus ze gingen naar het dichtstbijzijnde dorpje. Daar was echter geen telefooncel te vinden. De enige telefoon die er was, hing in het postkantoor. Dat was natuurlijk op dat tijdstip al gesloten. Een man die in de gaten had dat de jongens in nood zaten, vroeg hen wat er aan de hand was. Toen ze vertelden dat ze het noodnummer moesten bellen, heeft hij ervoor gezorgd dat het postkantoor speciaal voor hen geopend werd. De jongens hoorden dat er een ernstig ongeluk was gebeurd met Martin. Er werd besloten dat de jongens niet op de brommer naar huis zouden rijden. Zij moesten die nacht maar gewoon gaan slapen en de volgende dag zou er iemand komen om hen op te halen. Inderdaad kwam de volgende morgen zijn oom met een kennis in een volkswagenbusje. De brommers, tent en bagage konden achterin en zo gingen ze terug naar Nederland. Oom liet onderweg weinig los over het ongeluk. Toen ze dicht bij Woerden kwamen vroeg Dirk zich af of het niet handiger was om meteen naar het ziekenhuis te rijden. Oom gaf echter aan dat hij de opdracht gekregen had om hem eerst thuis te brengen. Thuis hoorde Dirk dat zijn broertje onder de trein was gekomen en op slag dood was geweest…..

Wat een verdriet in de drie families. De smid Franken had vier kistjes gemaakt en de jongens werden ieder in hun eigen huis opgebaard. De kistjes waren echter al dichtgeschroefd; de kinderen waren niet meer toonbaar. De politie liet aan de moeder van Martin Heemskerk een klein stukje stof van een truitje zien. Zijn moeder, die al 7 maanden zwanger was, moest bevestigen dat dit het truitje was dat haar zoon Martin die dag gedragen had! Dat was de hele identificatie. DNA onderzoek was in die tijd nog niet gebruikelijk. Ook slachtofferhulp was er in die jaren nog onbekend!

De uitvaart van de kinderen begon op 26 juli in de Hervormde Bethlehemkerk. De 4 kistjes stonden naast elkaar in de kerk voor de spreekstoel, bedekt met kransen en bloemen. Er waren zoveel belangstellenden dat er ook mensen moesten staan. Van de Nederlandse Spoorwegen was dhr Bekooy (lijnchef van heel Nederland) en ook de Stationschef van Bodegraven. De Burgemeester van Reeuwijk was er met zijn vrouw en de burgemeester en wethouders van Bodegraven. Ook de burgemeester van Driebruggen was aanwezig. Daarnaast 4 dominees, de leerkrachten en het hoofd van de school, vertegenwoordigers van de Kerkenraden en nog heel veel andere bekende personen. Velen hielden het niet droog toen de klasgenootjes van de kinderen een mooi lied voor hun overleden vriendjes zongen. De Burgemeester van Bodegraven, dhr Croles, legde daarna op ieder kistje een met bloemen versierde palmtak.

Na de dienst vertrok de stoet stapvoets naar Waarder waar de kinderen begraven zouden worden. Er waren zoveel belangstellenden dat de eerste auto al in Waarder was toen de laatste nog moest vertrekken uit Nieuwerbrug. In Waarder mochten alleen de naaste familieleden en een aantal genodigden de aula in. De andere honderden mensen stonden buiten en konden de afscheidsrede volgen via de luidsprekers die aangebracht waren. Daarna werden de kinderen door hun families in hun eigen graf begraven. Hun overlijden bracht een groot verdriet bij de drie families, het stukje straat waar zij allen woonden, opschool, bij hun vrienden en in de hele Nieuwerbrugse gemeenschap.

De moeder van Dirk heeft twee maanden later een gezonde dochter ter wereld gebracht. Bij familie Kok zijn later nog twee jongetjes geboren.

Dit verslag kwam tot stand met medewerking van Dirk Heemskerk (broer van Martin) en met toestemming van families Kok en Klaassen. En er is ook informatie gehaald uit de vele kranten- en kerkberichten die de vader van Dirk Heemskerk had bewaard.

VERHALEN ARCHIEF

door Cock Karssen

Er werden rond 1930 diverse plannen bedacht om de vele werklozen aan het werk te krijgen. Burgemeester Van Dobben de Bruijn kwam bijvoorbeeld met het idee om werklozen in te schakelen bij het graven van een nieuw zwembad en de aanleg van een nieuwe wijk. Toen kwam de aanleg van de A12 in zicht.

Eerst had burgemeester Van Dobben de Bruijn het plan opgevat de grond die tussen de Dorpskerk en de Watertoren lag (vroeger het voetbalveld van VV Bodegraven), aan te kopen en daar het dorp uit te breiden. Een revolutionair plan, aangezien alle dorpsuitbreidingen tot dan toe door particulieren waren uitgevoerd. Het werk moest worden uitgevoerd door werklozen. Als zij enkele dagen aan dit project werkten, zouden zij tien procent meer steun ontvangen. In plaats van acht gulden kreeg men dan 8,80 gulden plus een vergoeding voor slijtage aan kleding en schoenen. Men noemde dit 'contraprestatie’.

AANLEG RIJKSWEG
Onverwacht kwam er echter nieuw werk in zicht: de aanleg van een Rijksweg, de A12, ten zuiden van Bodegraven. Op 27 januari 1934 verscheen in 'Het Bodegraafsch Nieuws en Advertentieblad’ het volgende bericht:
'In de gemoedelijke oude tijd, toen wegverkeer niet zoveel betekende, waren de wegen voornamelijk voor lokaal verkeer. Zowel voor de boer die met zijn hooiwagen over de weg hobbelde als voor het verkeer van Het Loo naar Den Haag. Het oprukkende autoverkeer vraagt echter om bredere wegen en snelheid. Daarom is men plannen gaan maken voor een Rijksweg van Utrecht naar den Haag en Rotterdam, die ten zuiden van Bodegraven komt te liggen.'
In maart 1935 werd gestart met de eerste werkzaamheden en de eerste tien werklozen begonnen met de aanleg van de parallelweg die ten zuiden van de Rijksweg moest komen. De aanleg van de aarden baan voor de Rijksweg werd aanbesteed. Aannemer Broekhoven kreeg het werk, waarbij werd geëist dat minimaal 28 procent van de werknemers uit Bodegraven moest komen. Het uurloon werd vastgesteld op 33 cent. In januari 1937 werd gestart met het graven van zand aan de Weiweg.

DE PUT VAN BROEKHOVEN
Het werk aan de nieuwe snelweg startte snel. In januari 1937 stond er een uitgebreid verslag in 'Het Bodegraafsch Nieuws en Advertentieblad', waarbij redacteur C.G. Karssen zijn lezers aanraadde om 'het reusachtige werk dat hier gaat beginnen met eigen ogen te gaan aanschouwen'. Hij schreef onder andere:
'In plaats van onafzienbare weilanden richting Waarder is er nu een geweldige opslagplaats gekomen op het weiland van boerderij Rijlaarsdam. Met kiepkarren, spoorrails, damwanden en stapels spoorbielzen. Vanaf de Rijn is een spoorlijntje aangelegd naar dit terrein, waarmee tientallen locomotieven en hun onderdelen van de schepen naar het vroegere weiland vervoerd worden.'
Er werden ook montagewerkplaatsen en een smederij gebouwd en er stonden geweldige hijskranen. Voor de aanleg van het weglichaam van de nieuwe Rijksweg moest twee miljoen kubieke meter zand uitgegraven worden vanonder een slappe klei- en veenlaag. Het werd uitgegraven tot een diepte van ongeveer tien meter, waarna het zand met puffende zandtreintjes naar het achterland gereden werd. De foto bij dit artikel, die ook door de redacteur gemaakt werd, geeft een duidelijk beeld van de locomotief van een zandtrein, 'de Put’ in wording, en de Weijpoortse molen op de achtergrond.
Er werd enorm hard gewerkt in drie ploegen, men ging zelfs 's nachts door. Hoewel het grote werk, zoals het afgraven, door machines gebeurde, vonden ook veel mensen werk bij dit project. Naast vakmensen, zoals machinisten en technici, werden ook heel wat werkloze, ongeschoolde arbeiders ingeschakeld. Zij zorgden voor het laden van de kiepwagens en het leggen en onderhouden van de spoorbielzen en spoorrails voor de zandtreintjes. Helaas gebeurden er regelmatig ongelukken bij het werk door het omvallen van de kiepkarren of door onoplettendheid bij het passeren van de vele zandtreintjes. In juni 1937 en in maart 1938 gebeurden er zelfs dodelijke ongelukken.

ZANDZUIGER
De put in het weiland was in juli 1937 zo diep geworden dat er een zandzuiger moest komen om de rest van het zand op te zuigen. Dit was een technisch zeer moeilijk probleem. Met een ingewikkeld stelsel van dammen, dijken, een kanaaltje en een sluizensysteem wist men de zandzuiger uit de Oude Rijn in de tien meter lager gelegen werkput te krijgen. Er was zoveel zand nodig dat er ook nog land van boer Schouten werd aangekocht en afgegraven, waardoor uiteindelijk een uitgestrekte plas met een diepte van tien meter overbleef. Tot ieders verbazing was de Rijksweg na twee jaar in 1939 helemaal klaar, inclusief twee viaducten en aan en afvoerwegen.

Bron: Kijk op Bodegraven- Reeuwijk 8 mei 2024

Mon Dieu, de Fransen zakken door het ijs!

In rampjaar 1672, toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en twee Duitse bisdommen, waren scholen, schouwburgen, banken en winkels gesloten. Die ellende duurde zeventien maanden. Fred de Heij, geboren in Mijdrecht, maakte er een stripboek over. „Ik heb met name plekken gekozen in het Groene Hart die in al die tijd amper veranderd zijn. Geweldig.”

Lees meer...

  • DSCN7683_Large
  • DSCN8095_Large

De Dubbele Wiericke (ook wel Grote Wiericke) is een kanaal gegraven vóór 1367 om het overtollig water van de Oude Rijn te kunnen lozen op de Hollandse IJssel. De Dubbele Wiericke wordt als vaarverbinding tussen de Oude Rijn en de Hollandse IJssel gebruikt en maakt deel uit van de oude Hollandsche Waterlinie. De Dubbele Wiericke is gegraven van Nieuwerbrug via Driebruggen naar Hekendorp.

Parallel aan de Dubbele Wiericke loopt de Enkele Wiericke. Beide kanalen begrenzen de polder Lange Weide.

Lees meer...

De Enkele Wiericke is een bijna acht kilometer lang kanaal gegraven in 1364 om het overtollig water van de Oude Rijn te kunnen lozen op de Hollandse IJssel. De Enkele Wiericke loopt van Fort Wierickerschans tot tegenover het klooster Sint-Gabriël in Haastrecht. Parallel aan de Enkele Wiericke loopt de Dubbele Wiericke. Beide kanalen begrenzen de polder Lange Weide. Tezamen maken ze deel uit van de oude Hollandsche Waterlinie.

Lees meer...

Bodegraafse Straatweg (nu Weijland), 1921

wl001

Dit deel van de Bodegraafse Straatweg heet nu het Weijland. Rechts ziet u hotel 't Grauwe Paard'. Let hierbij op het uithangbord. Voorheen heette het hotel het 'Witte Paard', enige tijd geleden is de naam veranderd in 'De Florijn'. Rechts tegen de gevel naast smid Jan Voorbergen staat een rij klompen van klompenmakerrij Van de Brink.
Rechts ziet u nog een stukje van de stal van het hotel.
De weg is inmiddels verbreed. Hiervoor heeft men achter de gebouwen rechts nieuwe gebouwen gebouwd, waaronder een nieuw Grauwe Paard. Hierna zijn de oude panden afgebroken.
Links, achter de stal, ziet u de 'Brugstraat', tans 'Bruggemeestersstraat'.
De stoplichten, die hier tegenwoordig staan, zijn hier duidelijk nog niet nodig.
De dame op de fiets is mej. Bosman en geheel rechts Jan Neuteboom, smidsknecht bij Jan Voorberg.

Nieuwerbrug kende altijd een aantal smederijen. Plaatsen waar het ijzer werd gesmeed als het vuur heet was. Maar er werd in de smidse niet alleen ijzer bewerkt voor het ‘boerenwerk’. Een ander deel van het werk van de smid was het beslaan van paarden met nieuwe hoefijzers.

Aan het jaagpad langs de Oude Rijn en halverwege de Rijksstraatweg tussen Leiden en Utrecht was Nieuwerbrug een uitgelezen plaats om de paarden te laten voorzien van nieuwe ‘schoenen’. Dit was naast Restaurant ‘t Grauwe Paard, daarvoor Herberg het Grijze Paard. Daar zat aan het begin van de 20e eeuw de smederij van Johannes van Hengstum, later Jan Voorbergen en weer later Hector Fioole. De voorbij trekkende handelaren lieten hun paarden daar beslaan, terwijl zij zelf de inwendige mens versterkten.

Aan de Hoge Rijndijk was de smederij van Schakel en later Francken gevestigd. Daan Francken bleef in het dorp het langst actief als hoefsmid: “Die beesten moeten toch geholpen worden….!” De penetrante geur van door hete hoefijzers verschroeide paardenhoeven vermengd met die van het smidsvuur was toen een niet weg te denken onderdeel van het leven en werken aan de Hoge Rijndijk. Bij de sloop enkele jaren geleden van de ruim een eeuw oude smederij aan de Hoge Rijndijk moest ook de oude travalje, waarin vroeger de paarden werden beslagen, nog weggehaald worden.

Tot 1964 waren er meer paarden dan tractoren aanwezig op de boerderijen. Paarden werden overal voor gebruikt en hun naam is nog steeds de uitdrukking van kracht: pk of “paardenkracht”.

In de eenentwintigste eeuw zijn er nog nauwelijks werkpaarden en de ouderwetse hoefsmid heeft het veld geruimd. De hoefsmid komt nu met een mobiele smidse langs om de ‘luxe’ paarden te beslaan.

  • hoefsmid_1
  • hoefsmid_2
  • hoefsmid_3

Binnenkort volgt hier meer informatie over.

april 25